07-02-10

Les Trois Rhones ofte de clou van de Clos.

 

 

De Chateauneuf “Les Deux Rhones La Ferme du Mont 2007” werd door wijnschrijfster Jancis Robinson met 19/20 een half puntje beter bevonden dan de Clos des Papes van hetzelfde jaar en op gelijke hoogte gesteld met Chateau Rayas, het illustere domein dat onlangs door de RVF werd uitgekozen als beste Chateauneuf tout court.
Uiteraard wekte dit bericht m’n nieuwsgierigheid, maar toen ik de wijn proefde bij Dirk Grandry kwam hij me redelijk zwaar en alcoholisch over. Misschien was dit te wijten aan het feit dat net daarvoor de fantastische, frivole en sappige Cotes du Rhone van Domaine des Tours letterlijk mijn tong had gestreeld, maar ik had toch wat twijfels. Die groeiden nog toen later bleek dat op het etiket van de geleverde flessen geen extra vermelding stond bij het label “Les Deux Rhones” terwijl het huis wel degelijk twee cuvées maakt. Ik verwittigde de Oelegemse leverancier. Een hele uitleg volgde, in- voor een OostVlaming amper verstaanbaar- ABA (Algemeen Beschaafd Antwerps, een taal waarvan ook Crets en Van den Begin lijken te veronderstellen dat de hele wereld ze begrijpt smilie5). De explicoatie was te ingewikkeld om hier uit de doeken te doen, en tegelijkertijd niet duidelijk genoeg om me gerust te stellen.
Zekerheid verkrijgen kon slechts op één manier.
Een vergelijkende test.

De komst van twee beroepsdrinkers met hoge alcoholtolerantie was de ideale gelegenheid om dit experiment uit te voeren.
Ik schonk drie wijnen van 2007 blind (ook voor mezelf, de schenkvolgorde werd dus door toeval bepaald), twee toppers uit de streek (een Gigondas en een CH9) én de Deux Rhones.
De zes vorige wijnen die we achter de kiezen hadden konden naar ons slechts matig beïnvloede oordeel ons beoordelingsvermogen slechts matig beïnvloeden
 ack2

De eerste fles vonden we een mooie fraicheur hebben, een goede structuur en dito afdronk. Ik dacht aan de Gigondas.
De tweede zat ook mooi in elkaar , hetzelfde karakter als de eerste, misschien nog iets mooier van bouw en evenwicht.
De derde was een stuk alcoholischer en wat zwaarder op de hand dan de vorige twee. Hm, die herkende ik precies…
Na het proeven van de drie wijnen was ik eigenlijk al zeer tevreden. Geen enkele wijn viel uit de toon, en in de wetenschap dat er een Clos des papes 2007 tussen zat was dit een geruststellende gedachte. Maar de clou moet nog komen.
Ik was redelijk overtuigd van mijn keuze. Zowat met zekerheid durfde ik te stellen dat, door het intensere alcoholgevoel, de derde wijn de Deux Rhones was. KK leek hieraan te twijfelen, hij opperde zelfs dat dit wel eens de Clos des Papes zou kunnen zijn. Nu moet u weten dat KK een topwijn herkent van kilometers ver, maar toch deed zijn oordeel me niet twijfelen. Venne was ondertussen aan het checken, dubbelchecken en driedubbelchecken maar kon niet anders uitbrengen dan “Dedju da zijn lekker wijnen man…”
’t Werd tijd voor de onthulling, we waren heel curieus.
De eerste wijn was… Les Deux Rhones. Véél minder alcoholisch dan ik me herinnerde en een zeer aangename verrassing. De tweede was de befaamde Gigondas "Prestiges des Hauts Garrigues" van Santa Duc. Ik gokte bij deze wijn op de Clos des Papes, blij dus dat ik er nog drie flesjes van heb liggen.
De derde wijn, u raadt het misschien al (ik onderschat mijn lezers niet smilie3), was dus wel degelijk het paradepaardje van de familie Avril.
Nice. We konden met gerust gemoed de betrokken flessen aan verdere testen onderwerpen...

clos des papes

21:58 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (0)

07-11-09

De waarde van een wijnmedaille.

 

sf-intl-wine-comp-medal-300x300

Wijnen met een medaille. Zelfs de geroutineerde wijnliefhebber laat er zich soms door verleiden. Goud, zilver, brons.
Een bronzen medaille. Mooi. Maar in een loopwedstrijd met drie deelnemers za
l
Hugo Coveliers altijd brons halen. En u wil toch geen wijn drinken van dat niveau?

Zo erg als het aangehaalde voorbeeld is het niet. Maar toch blijkt dat er op een gemiddeld wijnconcours 25 tot 33% van de wijnen een medaille behaalt, ongeacht de kwaliteit van de wijnen.
Dé recordhouder is de
International wine challengevan Londen die 67% van de deelnemende wijnen eremetaal toekent. Men proeft tot 300 wijnen op 10 dagen.
Macon (
Concours des grands vins de Francedoet nog beter. Daar proeft en beoordeelt men 10000 wijnen op één ochtend.
Trouwens de kans dat u een Covelierske (een wijn die brons behaalde) kan vinden wordt alsmaar kleiner. Meer en meer organisatoren schrappen deze ondergewaardeerde kwalificatie en vervangen ze door… zilver. De wijn die de tweede plaats behaalde krijgt goud, en de winnaar krijgt een vermelding in de stijl van
“GRAND OR” , "double gold" of een speciale trofee.

Die medaille of trofee krijgt de wijnbouwer echter niet gratis. Hij betaalt tussen 18,50 en 100 euro voor een pakketje stickers waarop de behaalde ereprijs staat vermeld. Hoe meer medailles, hoe meer de organisator van de wedstrijd verdient… Bij sommige organisatoren moet de wijnbouwer zelfs betalen om de commentaren die zijn wijn kreeg te mogen vermelden op de fles, op zijn site of in de verkoopsruimte. Erger nog, de wijnbouwer dient op voorhand al tussen 42 en 180 euro te betalen om enkel maar z’n wijn op de wedstrijd te presenteren…!
Logisch dus dat men een compensatie verwacht. En dat men zijn allerbeste wijn zal opsturen voor deelname aan de wedstrijd. Of deze cuvée dan ook de wijn is die men in de winkel terugvindt is dan maar weer de vraag.
In 2007 deed
La service français de la Répression des fraudeeen onderzoek waaruit bleek dat 20% van de geanalyseerde wijnen niet conform was met de wijnen die gepresenteerd werden op het concours. De enige wedstrijd waar dit wordt uitgesloten is deConcours général agricole de Paris’. Daar gaat, zoals het hoort, de organisatie zelf in de winkels de flessen kiezen. Alle andere organisaties laten de wijnbouwer zelf beslissen welke cuvées er voor het proefpubliek verschijnen.
Ook de grote wijncritici in Europa en Amerika werken op deze manier. Zij proeven op het domein wat de wijnbouwer hen inschenkt of ze laten de flessen door de wijndomeinen opsturen. Dit is zowat hetzelfde als zou het weekblad
Humo de prijzen voor de Rockrally al uitdelen na het beluisteren van de ingezonden demo’ s. Guy Mortier moet dringend eens met Robert Parker en co gaan praten…

bronnen: RvF, Vins de Québec

11:30 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (25)

12-12-06

An Australian in Portugal (by PvdW)

 De veramerikanisering van de samenleving. Mijn vader kan er zich toch zó druk om maken. Het oprukken van de McDonaldiaanse eetcultuur (nou ja, cultuur), het commercieel in de strot rammen van Halloween and Valentine, het debiteren van fuck en shit in plaats van een welgemeend godvermiljaardenondedju… De goede man wordt er ziek van. Niet dat hij in het enggeestige rechtse Vlaams-nationale kamp moet gesitueerd worden. Integendeel. Mijn vader – uit een werkmansbroek geschud – is een sos pur sang (sorry pa). Een socialist van nature, dat wil zeggen: van niet anders kunnen. ’s Mans verdraagzame verstand wens ik zowat drie vierde van de Vlaamse bevolking toe.

Een sos van nature drinkt pinten, zij het gezien zijn leeftijd met mate. Maar mocht hij een wijnliefhebber zijn, hij zou zich vanavond druk maken.
Ik vond enkele dagen geleden in Delhaize een flesje Portugese wijn uit de Ribatejo (ten noordoosten van Lissabon), dat vanavond de eer en het genoegen had mijn glas te mogen bevochtigen. De blend van cabernet sauvignon  en aragones (zoals de tempranillo in Portugal heet) resulteert in een mooie wijn tegen een zeer interessante prijs. Het oorspronkelijke negatieve geurtje bij het inschenken – wat putje-achtig, maar geen “edel putje” zoals bij goed verouderde bourgognes – verdwijnt al snel en maakt plaats voor een mooie neus van rijp rood fruit, humus, getemperde eik en wat kruiden. De dikwijls vermoeiende aragones/tempranillo wordt lekker uit de nood geholpen door de zuren van de cabernet en de tannines zijn weinig prominent. Het is bijna ongelooflijk dat een wijn uit 2005, gemaakt van twee toch relatief moeilijke druiven, al zo snel op dronk is. Kortom: dit is een commerciële wijn die misschien wat complexiteit mist, maar die voor zijn vijf euro gerust in mijn huisje klein binnen mag.

Wijn moet verkopen, de Europese wijnmarkt ligt zo ongeveer op zijn gat en wie niet sterk is moet slim zijn. Deze drie feiten in acht genomen moet de moderne wijnbouwer, ook al woont hij in Portugal, creatief zijn om zijn materiaal te slijten. Wijnboer João Ramos heeft dat goed begrepen. Maar de vraag is natuurlijk hoe ver je kan gaan in je creativiteit. Toen de man besliste om zijn wijn “Tagus Creek” te noemen, nam hij toch een risico. Een op en top Portugese wijn benoemen in navolging van de dikwijls bedenkelijke Australische wijnen, is niet alleen het bewust organiseren van dwaalsporen. Akkoord, “Tagus Creek” bekt wel lekker, maar geen mens die daarbij de afweging zal maken dat deze wijn komt uit het land waar wijnbouw nog op een zeer traditionele manier gebeurt en waar men de autochtone druivenrassen zo goed mogelijk in stand probeert te houden. Op een etiket “Tagus Creek” laten drukken, wil eigenlijk zeggen: “Pak mij maar mee: ik ben een goedkope wijn die nu al perfect te drinken is en waar uw gasten zullen van zeggen dat ie helemaal niet slecht is”. Maar de vraag is natuurlijk of dat de ambitie moet zijn van een wijnboer.
Ik hoop in ieder geval dat Ramos geen trendsetter is. Stel je voor men in Frankrijk ook de Angelsaksische toer op gaat en men binnenkort in de Loire de appellaties Bonzo en Smokin’ Pouilly heeft. Of dat men in Gevrey opeens begint te praten over de grand cru Charming Chamberlain uit de Valley of the Nights. Je zou voor minder pinten gaan drinken.

tagus

 

pvdwzwart

 

18:04 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (11)

22-11-06

PvdW blijft bij de less

More is less is more is less

Ha, die Venne… Wat hoor ik hem toch graag de loftrompet steken over Château de Mercues uit Cahors. Ik kwam de wijn een poos geleden al tegen en ben er eveneens wèg van. Het is nochtans niet meteen een vlot drinkend suikerwijntje. Enkele weken geleden had ik een paar tafels vol nonkels en tantes op bezoek voor een etentje. Het zijn stuk voor stuk luitjes die ik best wel graag heb. Dus dacht ik: bij de hertenstoofpot met knolselderpuree en gekaramelliseerde raapjes trek ik maar eens een stevig beestje open. Er werd behoorlijk enthousiast gereageerd… op mijn stoofpotje. Over de wijn ging het ook wel even, maar dan vooral over de zwartgekleurde tongen die hij veroorzaakte. Met hun zwarte bekjes waren mijn nonkels en tantes  het er uiteindelijk over eens dat het een lekkere wijn was, “maar die Nieuw-Zeelandse sauvignon blanc bij het voorgerecht was nog beter.” Dan weet je het wel, natuurlijk…

Château de Mercues is eigendom van Georges Vigouroux uit Cahors. De familie Vigouroux kocht het vervallen domein in 1983. Het was eerder vele eeuwen eigendom geweest van de bisschoppen van Cahors. En ik heb al gemerkt dat dit meestal een goede referentie is: als de clerus destijds koos voor een bepaald terroir, wilde dat meestal zeggen dat het (avant la lettre, weliswaar) “the place to be” was. Neen, achterlijk zijn die katholieken niet. Als het over wijn gaat.

Georges Vigouroux is niet de eerste de beste. Ik heb de indruk dat de man – met als voorbeeld zijn voorgangers in Mercues? – probeert om de onbetwiste paus van de Sud-Ouest te worden. De man heeft inmiddels al wijngaarden in de AOC’s van Buzet, Fronton, Gaillac, Madiran en uiteraard Cahors (waar hij vier domeinen bezit). Bovendien werd hij in 1992 uitgeroepen tot “Vigneron de l’année” door Gault Millau. Ten huize Pfaff in Brasschaat zouden ze – gesteld dat ze al het bovenstaande begrijpen – concluderen dat hij “goe bezig” is.

Nieuwbakken architecten of interieurspecialisten dwepen nogal eens met de ietwat bedorven slogan “less is more”. Om het met Clouseau te zeggen: Al wat overbodig is, ik gooi het overboord, liefste. Alles wat ik nodig heb, vind ik hier bij jou”. Al dat moderne gedoe is niet besteed aan Georges Vigouroux. Integendeel. Sinds het begin van de 20ste eeuw is in veel wijngaarden het aantal aangeplante druivelaars fors gedaald. De moderne teeltmethodes lieten toe om met minder planten toch evenveel opbrengst te genereren. Minder planten betekende immers ook dat men makkelijker met de tractor door de wijngaard kon razen. Iedereen in Cahors hield zich dan ook netjes aan het opgelegde minimum: 4.000 planten per hectare. “Mooi zo”, zal je als Gaia-sympathisant denken. “Alle planten hebben lekker veel plaats om zich comfortabel te voelen.” Maar zo werkt het niet in druivenland. Als het goed is moet in de wijngaard een Thatcheriaanse (of zo u wil een Reagansiaanse) sfeer hangen. Er moet moordende concurentie zijn, want alleen op die manier wordt de druivelaar verplicht met zijn wortels de aromatisch interessante en complexe dieptes op te zoeken. Vooraleer men deze zinnen in neoliberale hoek wil misbruiken om ook hier een Rita Verdonk aan de macht te helpen (in een wat versleten judopak, bijvoorbeeld) , wil ik er wel even op wijzen dat het in België moeilijk druiven kweken is en dat de terroir hier ook niet veel om het lijf heeft…

Waar ik naartoe wil: Vigouroux plantte geen 4.000 struiken per hectare, maar 6.666 zoals ze in de grand cru’s van Bordeaux doen. Het gevolg haal ik van de website van Vigouroux:

    • A 4 000 pieds/ha et 60 hl/ha : un pied de vigne produit 2 bouteilles de vin.
    • A 6 666 pieds/ha et 50 hl/ha : un pied de vigne produit 1 bouteille de vin.
    • S’il pleut 2 litres d’eau au m2 :
      • A 4 000 pieds/ha, il y aura 5 litres d’eau par pied.
      • A 6 666 pieds/ha, il y aura 3 litres d’eau par pied.
    • A 4 000 pieds/ha, 2,4 m2 de surface foliaire alimentent 1,90 kg de raison, soit un rapport de 1,26.
    • A 6 666 pieds/ha, 2,4 m2 de surface foliaire alimentent 1,17 kg de raison, soit un rapport de 2,05.

Toegegeven, ik ben niet echt een rekenwonder, maar op het eerste zicht lijkt me deze operatie op het gebied van de concentratie van de oogst wel een succes. Tenzij u me tegenspreekt is dit mijn concusie: less (opbrengst) is more (concentratie), maar more (planten per hectare) is less (liters wijn).
Dus ? Draaf naar Delhaize, flits er met een welgemikte graai door de wijnafdeling, surf met de fles” Château de Mercues” in de hand naar de “maximum 10 artikelen”-kassa, zet je fles op de band, leg er een briefje van tien euro onder, en haast je nadien naar huis. En laat me weten hoe dat volgens jou nu eigenlijk zit met die less en die more

pvdw

 

12:52 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (14)

12-09-06

In extremis

Sorry, rijkelijk laat, maar de wijndegustatie in Carrefour kende verlengingen met Gerten op ons terras : een vergelijking tussen twee Pomerols : heel leerrijk, vooral heel lekker, maar later meer daarover. Eerst ( en nu integraal ) het Kafkaiaans wijnverhaal van PvdW.

Kafka in de Wine World

 

Binnenkort starten de festiviteiten voor vijf jaar Delhaize Wine World. Dat is zo’n beetje de online-versie van het wijnrayon uit uw plaatselijke Leeuw. Het hoera-sfeertje dat met de viering gepaard gaat, klinkt me een beetje Eddy Wally-achtig in de oren als ik bedenk wat ik enkele weken geleden meemaakte. Ik had immers (aanzwellende violen) het vermetele plan opgevat (drums vallen dreigend in) om bij Delhaize Wine World (crescendo!) zes flessen wijn aan te schaffen. Stel je voor! Via de computer. Langs de website. Online. Welkom in Fear Factor. En applaus voor uw gastheer : Kamiel Kafka.

Château Beaupuy Béchau. Enkele weken geleden brak ik er mijn tong nog over om de naam van deze côtes de castillon uit mijn strot te persen, maar nu vloeit hij er even vlot uit als een licht gekoelde Gevrey-Chambertin vieilles vignes van de broers Marchand er in vloeit. Om maar te zeggen: ik heb de naam van het illuster onbekende château sneller dan me lief is in mijn dagelijkse woordenschat opgenomen. Ik proefde de wijn enkele maanden geleden bij  goede vrienden in de buurt en hij viel me meteen mee. Mooie mondvulling, lekker veel zwart fruit en vooral: intrigerend veel koffie en chocolade. Toen ik de wijn nadien tegenkwam in mijn plaatselijke Delhaize, griste ik natuurlijk een flesje mee. Amper 5,79 euro. Als dat geen koopje was!

Dat was het dus niet, want de slappe wijn die ik thuis proefde leek maar in weinig op de seksbom die ik eerder had gesmaakt. Een telefoontje naar mijn vrienden en een snelle blik in hun glasbak verklaarde het mysterie: zij hadden me de 2001 geschonken en in Delhaize waren ze al aan de duidelijk veel mindere 2002 toe. Een beetje zoekwerk leerde me dat het elektronische wijnrek van Delhaize uitkomst kon bieden: bij Wine World hadden ze de 2001 wél nog. Ik plaatste dus gauw een bestelling en kreeg prompt een mail terug dat mijn doosje 2001 een week later ter beschikking zou staan aan het onthaal. En ja hoor: exact een week later kon ik met een zakdoek voor de mond (het kwijl liep me al uit de bek) mijn flessen ophalen. Even gecheckt, geen probleem: het document op mijn doos vermeldde wel degelijk dat aan de binnenkant Beaupuy Béchau 2001 zou te vinden zijn.

 

Les één voor online-wijnaankopers: kijk ook altijd eens IN de doos. Want thuis ontdekte ik dat ondanks het Wine World-document mijn doos de mistroostige 2002 bevatte. Geen erg: de dag nadien gezwind naar de Delhaize, tien kilometer verder. Dat zouden we wel even snel regelen. “Tja, mijnheer, u heeft die wijn via de website besteld. Dan zult u die fout ook via die weg moeten rechtzetten. We kunnen u daar niet bij helpen. U kan misschien eens bellen naar Brussel. Misschien sturen ze u dan wel een nieuwe doos op.” Ik probeerde nog dat “misschien” niet goed genoeg zou zijn, want dat ik die 2002 écht niet wilde. Ik gaf mijn pogingen om assertief uit de hoek te komen echter snel op toen ik merkte dat de dame bij het onthaal waarschijnlijk haar beroepsopleiding gekregen had bij de dienst onthaal van het ministerie van financiën, dienst registratie en domeinen.

Doosje 2002 mee naar huis dus, tien kilometer verder. ’s Avonds stuurde ik een mail naar Delhaize Wine World. Of zij misschien mijn probleem konden oplossen. Twee dagen later kreeg ik een hoopgevende mail in mijn bus. Ik citeer letterlijk (met weglating van naam en telefoon): “Eerst en vooral bieden wij u de verontschuldigingen van ons bedrijf aan voor de ongemakken die u hebt ervaren. U kan deze wijn terugbrengen naar de onthaalstand van onze supermarkt. Mocht u hierbij problemen ondervinden, kan de winkel contact opnemen met de heer XXX op het nummer XXX. Wij danken u voor het vertrouwen dat u in ons bedrijf stelt.”

Wij dus terug naar de supermarkt, nauwelijks tien kilometer verder. “Ja, ik heb van uw probleem gehoord”, begon een andere onthaaldame. “Geef uw doos gerust terug en ik zal nu de 2001 voor u bestellen.” “Ziezo, prettig geregeld”, klopte ik mezelf op de borst. Maar dat bleek even voorbarig als de druivenpluk van 2003. “Euh, het gaat niet goed. Ik denk dat er… euh… Ik geloof dat er een konijn de kabel doorgebeten heeft. Haha.”, grapte de dame toen ze er niet in slaagde mijn 2001 te bestellen “Tja, een haas is hier duidelijk niét in het spel”, hoorde ik mezelf denken. “Maar misschien moet u eens mijnheer XXX opbellen, zoals ze in de mail voorstellen”, probeerde ik. “Neen, neen, die kan daar ook niets aan verhelpen. Ik probeer nog eens.” Nog twee keer probeerde de onthaaldame het, inmiddels bijgestaan door een caissière die door langdurige zelfstudie een IT-specialisatie verkregen had, maar tevergeefs. De kabel bleek aangetast door een hele horde konijnen die er misschien ook nog de gevreesde mixomatose op losgelaten hadden. Twee keer probeerde ik nog om de dames te laten bellen naar mijnheer XXX, maar ze gingen er blijkbaar van uit dat ook die telefoonkabel wel niet zou deugen. Een tegoedbon bleek dan ook nog het enige redmiddel.

Terwijl ik de rest van mijn boodschappen deed – een mens zou honger krijgen van een namiddagje Delhaizen – kwam een van de dames me bijna triomfantelijk nagehold. “Hij is uitverkocht! Hij is op! ’t Staat op de website!”

Weer thuisgekomen – nauwelijks tien kilometer verder – wilde ik de conclusie van de dame toch ook wel even checken. Met enkele vlotte clicks surfte ik naar de website, navigeerde met de ogen dicht naar de Beaupuy Béchau 2001-pagina en… bestelde met de vingers in de neus een doosje van zes flesjes.

Kijk, ik ben geen moeilijk mens, ik ben de eerste om toe te geven dat menselijk falen in onze genen zit, dat iedereen wel eens een slechte dag kan hebben en dat we niet allemaal een doctoraat in efficiëntietechnieken kunnen halen, MAAR ZE MOGEN NIET MET MIJN VOETEN SPELEN. Ik werkte anderhalf uur aan een beleefde maar doortastende mail waarin ik heel mijn verhaal deed. Ik sloot af met een belofte: “U dankt me voor het vertrouwen dat ik in uw bedrijf stel, en ik doe daar inderdaad
nog steeds mijn uiterste best voor. Maar het wordt toch wel moeilijk...”

Twee dagen later waait er alweer een bericht binnen van mijn inmiddels intieme vriendin, Wendy van de klantendienst van Delhaize Wine World. “Deze wijn is uitgeput maar stond inderdaad nog steeds op de site. Dit werd ondertussen rechtgezet. Wij bieden u hiervoor onze verontschuldigingen aan.” Wendy dankt me verder nog voor het vertrouwen dat ik in haar bedrijf stel en sluit af met de vraag “Graag hadden wij geweten welk jaartal u had gewenst, 2000 of 2002?”. WENDY, IK WIL GEEN 2002. Geef me 2000, 1999 of voor mijn part 1855 of  2010, MAAR GEEN 2002!

Enkele dagen later stond er amper tien kilometer bij ons vandaan een doosje Beaupuy Béchau 2000 klaar. En neem het van mij aan, voor 5,79 euro is die lekker, héél lekker.

 

 

EPILOOG

Zowat twee jaar geleden haalde ik bij Delhaize twee doosjes Clairette de Die. Ik zocht een aperitief  voor een feestje en de beschrijving op de website van Delhaize sprak me wel aan. Groot was dan ook mijn ontgoocheling toen bleek dat het om een zoete bubbeldrank ging. Clairette de Die Tradition is altijd zoet, maar dat wist ik toen nog niet. Ik stuurde een boze mail naar Delhaize Wine World en kreeg prompt een tegoedbon van een paar euro plus de melding dat men mij dankte voor het vertrouwen in het bedrijf. Twee jaar later vind je hier nog steeds een mooie maar ietwat brute beschrijving van de smaak en het karakter van deze wijn…


pvdw

23:08 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (12)

16-08-06

Juicht, jubelt en zingt hoezee..

..het vervolg van ' t verhaal van PvdWee !

Chateau d’Elle: une femme, un vin ( deel 2 ) 

Jocelyne Pécou is al een jaar of vijftien aan de slag in de wijnstiel. Tot 2003 was ze wijnmaker én commercieel verantwoordelijke voor een wijnhuis in Bergerac. “Maar ik mocht er niet echt mijn zin doen”, vertelt ze. “Ik wilde van alles uitproberen, maar dat kon niet. En daarom kocht ik in 2003 mijn eigen chateau.”

Nouja, chateau.. Toen we de stoffige oprijlaan opreden zagen we eind verderop, verscholen tussen het groen (neen: niét de torens oprijzen van een statig kasteel) een eenvoudige woning met wat bijgebouwtjes staan. “Je viens tout de suite”, riep een schaars geklede dame ons een beetje verveeld vanuit de verte toe. Vijftig seconden later kwam dezelfde vrouw ons breed glimlachend én volledig gekleed begroeten. “Il fait chaud, hein ! », probeerde ik op gevatte en originele wijze het ijs (hum) te breken. “Mais entrez, entrez!”, leidde ze ons naar een eenvoudig proeflokaaltje.

De kinderen gingen opvallend rustig aan het tafeltje zitten. “Brave jongens, hoor!” stelde ze meteen vast. “’t Is hier te heet om in de gordijnen te klimmen”, dacht ik bij mezelf.

Het Château d’Elle is niet echt een superdomein. Jocelyne Pécou bezit nauwelijks twee hectare wijnstokken waarvan ze haar “Pécharmant au Féminin” maakt. De flessen dragen een etiket waarvoor ze het logo wellicht gekregen heeft van het naburige schoonheidsinstituut “Beau et Propre”, dat al sinds het begin van de jaren vijftig met wisselend succes uitgebaat wordt door een dame die als twee druppels water lijkt op Mieke Van Hecke, de baas van het Vlaams katholiek onderwijs.

Gelukkig heeft Pécou meer gevoel voor het maken van wijn dan voor de wereld van de grafische vormgeving. Haar 2003 is samengesteld uit 45% merlot, 35% cabernet sauvignon en 20% cabernet franc. Om de opbrengst te verminderen knipt ze enthousiast groene druiven af (vendange verte) en om de overblijvende druiven meer zon te geven haalt ze dan nog eens bladeren weg (éfeuillage). “Al zou ik het wel willen, echt biologisch kan ik niet werken”, geeft ze toe. “Ik zit hier geprangd tussen twee gigantische domeinen die helemaal niet bio werken. Als ik dan als dwerg alle bestrijdingsmiddelen zou afstrijden, komt alle ongedierte en onkruid op mijn twee hectare kamperen. Maar niettemin probeer ik me toch aan de “lutte raisonable” te houden. Alleen sproeien als het nodig is, gras laten groeien tussen de wijnranken zodat er meer concurrentie is…”

Haar wijn rust zeven maanden op eiken vaten. “Dat is weinig in vergelijking met mijn collega’s hier, ik weet het”, geeft ze toe. “Maar dat is net mijn punt. Mijn wijn hoeft niet te smaken zoals alle andere hier. Dan was ik beter gebleven waar ik zat. Iemand zei me ooit dat mijn wijn ‘atypique’ is voor deze streek. Ik beschouw dat als een compliment. Mijn wijn is gemaakt door een vrouw en dan nog door eentje die de platgetreden paadjes niet volgt. Dat mag je smaken. Men zegt dat wijn lijkt op degene die hem maakt. Ik zeg nog méér: wijn lijkt op wie hem respecteert en hem begeleidt naar zijn “prison provisoire”: de fles!”

Ondanks de bevangenheid in het proeflokaal werd het meer en meer wat men in Hollandse praatprogramma’s “een lekker gesprek” noemt. “Weet je wat, ik heb hier nog iets staan dat ik jullie wil laten proeven”, stelde ze voor, als wilde ze een officieel verbond van goede verstandhouding sluiten. “Mijn allereerste oogstjaar, 2003, was een uitzonderlijk warm jaar met een schitterende najaar. Bij de oogst in augustus – wéken vroeger dan normaal – heb ik aan elke “pied” één tros druiven laten hangen. Een probeersel. Die druiven heb ik pas op 6 november geoogst en daar zijn een zeer beperkt aantal flesjes van gemaakt. Geïnteresseerd?” Van puur enthousiasme ging het zweet nu nog intenser van mijn gezicht lopen. “Ja sorry, dié wijn is niet gekoeld. Ik had niet gedacht dat ik hem nodig zou hebben. Je moet hem maar in gedachten een graad of tien koeler proeven.” Wat mijn vrouw en ikzelf in ons glaasje kregen was pure godendrank. Ik had iets zoets verwacht, maar de wijn was perfect droog gevinifieerd. Schitterende aroma’s, een magnifieke mondvulling maar vooral een concentratie waar Robert Parker punten te weinig zou voor hebben.  Ik vergat de eerder gedronken wijnen, ik vergat de hitte, ik had geen last meer van de bevangenheid… Alles werd wijn.

Natuurlijk laadden we enkele flesjes in. Niet goedkoop, maar soit. “Voor uw verjaardag, uw Nieuwjaar en uw vaderkesdag samen”, stelde mijn vrouw voor. Voorzichtig reden we naar huis. Het ging traag, maar dat gaf niet.

 

pvdwzwart

 

16:18 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (4)

15-08-06

't Is PvdW-Week !

In afwachting van  " Une femme, un vin "deel 2 ( zie foto ) biedt een gulle PvdW u volgende leuke link aan : een ( te )kort filmpje over Ilja Gort.

 

14:51 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (1)

14-08-06

Pen van de Week

 Het was de bedoeling om zaterdag dit stukje te posten. Het eerste deel van een  Gortiaans wijnverhaal van PvdW . Geniet ervan !

Chateau d’Elle: une femme, un vin (deel 1 )

Het was een bloedhete dag in de Périgord. Om ons met de verbrande neus op de kracht van de natuur te drukken had de airco in onze wagen beslist een dagje vrij te nemen. “Ze moeten maar eens voelen hoe het vroeger was”, leek de koelinstallatie te foeteren. “Luxepaardjes! Néén, geen genade. Héét zal het zijn.”

Nu ja, de pakweg 70 kilometer tussen onze gîte in de buurt van Sarlat en onze bestemming - het wijnstadje Bergerac - waren nu ook zó ver niet. Het zou wel lukken. Een beetje tocht maken, raampjes open… Tien minuten later was het proefondervindelijk bewezen dat in sommige achtergebleven delen van Frankrijk nog een totaal ander metriek stelsel gebruikt wordt. Een kilometer heeft er ongeveer tien keer de lengte van een ordinaire Belgische duizend meter. Om maar te zeggen: het schoot van geen kanten op. Wanneer we na minutenlang dreigen, proberen, gas geven en onmiddellijk weer remmen, eindelijk een aftandse tractor voorbij konden steken, kwam er zich seconden later gezellig een deux-chevaux’tje voor ons nestelen met aan boord twee gepensioneerde nonnen. En zo ging dat maar door, zeventig eindeloze kilometers lang. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde leek in vergelijking met ons tempo met een rotvaart afgehandeld te zijn.

Uiteindelijk raakten we – traag gestoofd als niertjes in de portosaus – toch in het verre Bergerac. Er dienden zich meteen twee opties aan: de dienst intensieve zorgen van de Clinique du Sacré Coeur of het Maison des Vins in het centrum van het oude Bergerac. Gelukkig kozen we voor het laatste alternatief. Het promotiecentrum voor de plaatselijke wijn was op ijzige wijze gekoeld tot een graad of vierentwintig. Het viel me meteen op dat mijn drie kinderen, die doorgaans maar weinig enthousiasme aan de dag leggen voor mijn vineuze escapades, opeens zeer geïnteresseerd etiketten begonnen te bestuderen en gepassioneerd bléven ruiken aan de potjes waarin je allerlei geuren moest herkennen. “Zo raak je dus aan de drank”, dacht ik. “Via airco.”

De Bergeracappellaties liggen ten zuidoosten van Bordeaux en zijn altijd al wat beschouwd als een wat mager doorslagje van de beroemde Bordeauxwijnen. Ze gebruiken er dezelfde druiven als in Bordeaux, maar de kwaliteit van de wijn is dikwijls ondermaats. Behalve in één specifiek gedeelte van de streek en het was daarvoor dat ik mijn helletocht begonnen was: de Pécharmant. Die kleine appellatie wordt wel eens de Saint-Emillion van de Bergeracois genoemd. Ze ligt in het noorden van het gebied en onderscheidt zich door de erg specifieke en moeilijke bodem, de lage opbrengsten en de grote droogte die er dikwijls heerst, waardoor de wijnen er zeer geconcentreerd zijn.

Ik wilde best wel een aantal chateaux in de Pécharmant bezoeken, maar de massale en gewelddadige protestdemonstraties die ontstonden toen ik mijn voorstel lanceerde, brachten me met enige dwang tot rede. Ook mijn doorgaans zeer redelijke en gunnende echtgenote schaarde zich aan de kant van de opstandelingen. “Het is gewoon te heet om van het ene chateau naar het andere te hollen”, fluisterde een klein vervelend rotstemmetje achter in mijn gepocheerde hersenen. “Maar we zijn toch niet zo ver gereden om hier snel een Magnum en driekwart liter ijsgekoelde cola in ons botten te slaan en dan weer te vertrekken”, reageerde een even gedecideerd knisperknuiterig stemmetje aan de andere kant van mijn potje gestoomde hersentjes in eigen nat.
“Kijk, er is één wijnhuis waar ik thuis een en ander over gelezen heb en waar ik echt in geïnteresseerd ben. Laten we dan op zijn minst toch eens tot daar rijden”, smeekte ik mijn gevolg, voldoende opvallend op Anciaux-iaanse wijze een traan wegpinkend. Zoveel emotie was zelfs voldoende geweest om de halsstarrigheid van gezond stuk betonijzer te breken, dus werkte het zeker bij mijn lieve vrouw en kinderen.

pvdw

 

                                                                (Wordt vervolgd )

13:13 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (6)

05-08-06

Knabbelkopstoot

Mijn Vannièresverhaal is nog niet afgelopen. Het strafste moet nog komen eigenlijk.. Maar om m'n schouder wat te laten bekomen van het klikwerk van gisteren laat ik even wijnmaatje en vlotte pen PvdW een paar gastoptredens maken.

Eerst in de vorm van een gecopypaste stukje, genomen uit de "reactierayon" van Ilja Gorts' weblog ( klik hier als u wil weten wie de hel die Ilja Gort wel mag zijn...). Het verhaal van een rosédegustatie die meer was dan een proeverij.

Het wordt een behoorlijk Gortige zomer in ons Belgische dorp Sint-Laureins, tegen de grens met Zeeuws-Vlaanderen aangeschurkt. Dat wil zeggen: ten huize PvdW is de naam Ilja Gort de jongste weken niet van de lucht.
Eigenlijk is dat een beetje de schuld van Vinejo, collega-sommelierstudent in Gent en houder van de voortreffelijke wijnblog
http://wijnliefhebbers.skynetblogs.be/, waar ik af en toe ook wel eens een stukje pleeg.
Nadat Vinejo op zijn blog lovend geschreven had over jouw boekjes, nam ik twee weken geleden “Leven als Gort in Frankrijk” mee op reis als vakantieliteratuur. Aan de boorden van (of all places!) de Dordogne (we logeerden in de buurt van Sarlat, tussen Bergerac en Cahors) heb ik ronduit genóten van het boekje. Ik lachte me letterlijke tranen en figuurlijke breuken en de pleuris. En dat werkte aanstekelijk. Inmiddels is ook mijn onnavolgbaar lieve vrouw, die je met een zwaar understatement “niet echt een lezer” zou kunnen noemen, aan de haal met de avonturen van Gort en Co.
Mijn onnavolgbaar geestige collega Vinejo komt nog eens in het verhaal voor. Maanden geleden spraken we – misschien lichtjes geïntoxiceerd - af om deze zomer een “rosé-challenge” te organiseren. Vinejo is een Bandoliaan van het zuiverste soort en ik associeerde lekkere rosé tot dat moment voornamelijk met de Rhônestreek.
Vorige week was het dan zover: Vinejo en zijn onnavolgbaar (ik weet het: we zijn hier in België moeilijk te volgen) sympathieke eega kwamen op bezoek voor de blindproeverij. Ik had volgende flesjes rosé gekoeld en netjes met alufolie afgedekt:
- Domaine de la Janasse 2005, Côtes du Rhône
- Bergerie l’Hortus 2005, Coteaux du Languedoc
- Comte de Négret 2005, AOC Fronton
- Domaine Barthès 2004, AOC Bandol
- La Tulipe 2005, AOC Bordeaux
Laten we stellen dat La Tulipe dus in goed gezelschap was. Janasse is een topdomein in de onmiddellijke omgeving van Châteauneuf-du-Pape, de Hortus komt uit het bijna legendarische Pic Saint-Loup, van de Comte de Négret had ik onlangs de spotgoedkope maar uitstekende rode wijn gedronken (drie sterren bij Hachette) en de Bandolrosé wordt gemaakt in de allerstrengste appellatie van heel Frankrijk.
Plaats van de challenge: mijn beschaduwde terras. 32 graden, licht bewolkt. Rosétjesweer, zoals ze dat hier noemen. Voor alle duidelijkheid: behalve yours truly was niemand op de hoogte over welke rosés er zouden geproefd worden. We schonken de vijf wijnen netjes naast elkaar uit en meteen werd al één zaak duidelijk: naar de bandol zouden we niet lang moeten zoeken. De erg lichte kleur van deze pressée-rosé onderscheidde zich al meteen van de vier eerder donkere saignée-wijnen.
Eerlijk gezegd viel het ons moeilijk om de bandol kwalitatief af te wegen tegenover de vier andere. De kruidige stijl die het meer van finesse en minder van kracht moet hebben, stak schril af tegen de vier andere krachtpatsers. “Drie krachtpatsers” moet ik eigenlijk zeggen, want al gauw bleek dat de fronton met zijn bijna irritante snoepjesgeur de concurrentie met de rest al in de neus verloren had. Bleven dus de bordeaux, de rhône en de languedoc. Ik moet toegeven dat het een milimeterspurt werd (nouja, misschien is centimeterspurt correcter), maar ik ben blij u te kunnen melden dat La Tulipe toch het eerst over de meet kwam. Mooiere neus, complexer mondpallet, langere afdronk, steviger concentratie: op zowat alle fronten scoorde de bordeaux iets hoger. Behalve op één facet: de prijs! De twee andere hadden me ongeveer 8 euro gekost, en ik mag wellicht aannemen dat de Albert Heijn in het Zeeuws-Vlaamse Oostburg zijn Tuliperosé niet tegen dumpingprijzen verkoopt.
Ik proefde de rest van de fles de dag later nog met mijn broer-wijnleek. Die sloeg wat mij betreft de nagel behoorlijk meedogenloos op de kop. “Het is een echte knabbelwijn. Je kan er op kauwen en je wil er blijven op kauwen.”
In ieder geval: La Tulipe heeft er een paar adepten bij…
Vinejo bracht me als geschenk ook je tweede boekje mee: "Het Wijnsurvivalboek”. Ik ben er inmiddels ook al een end in opgeschoten en heb gemerkt dat mijn vrouw haar wulps-begerige blikken ook al liet vallen op de nummer twee.
Zoals ik al zei: het wordt een Gortige zomer…

Bon nouvelles, Paul! Een 'knabbelwijn'! Die houden we d'r in. Laat ik nou gisteravon óók die 'Barthès'rosé opengtrokken hebben!?
We hadden gasten en tijdens het uitschenken heb ik een mooi verhaal gehouden dat deze wijn van het privédomein van de keeper van het Franse nationale elftal kwam.
Het mocht evenwel niet baten, want hij werd te droog, om niet te zeggen zuur, gevonden, met te weinig ballen.
En dat voor de wijn van een voetballer...!
Veel plezier met 't boek!
Ciao,
Ilja

Ik dacht nochtans dat die bandol gemaakt werd door ene Monique Barthès. Misschien is de dame in kwestie wel een zuurpruim en een droogstoppel - ik ken ze niet persoonlijk - maar de kans dat ze ballen heeft is inderdaad klein. Met haar wijn verdient ze naar mijn bescheiden mening niettemin toch een plaats in de eindronde van de rosé-wereldbeker.
Riskeer ik nu een kopstoot?

Een knabbelkopstoot!

13:18 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (5)

23-06-06

Ze moeten 't maar zweten !



Wat ik in vorig stukje onvermeld liet ( om de pret niet te bederven ) is het volgende :
 

Na  zeven jaar wijn verbouwen ( drie oogsten wijn ) hield Jan Theys het voor bekeken.

Hij had er teveel geld aan verloren. Van wijn maken, ook al is het topwijn, word je niet rijk…

Gelukkig had hij “slechts” driekwart van zijn fortuin ( gemaakt in de muziekwereld ) in z’n wijndomein geïnvesteerd.

Hij verkocht z’n goed aan de Nederlander Eric Albada Jelgersma, die ook eigenaar is van Châteaux Giscours. Het was zijn bedoeling om aan te blijven als adviseur, maar blijkbaar verliepen de Belgisch-Nederlandse relaties minder voortvarend dan momenteel in adellijke kringen het geval is.

Theys wil ondertussen met ‘die Hollander die enkel commercieel dacht’ niets meer te maken hebben. Ook al staat geldgeile Eric bij onze Jan nog voor miljoenen in het krijt…

 

Enfin, het kon voor ons uiteraard de pret van de  mooie workshop niet bederven, maar Bert is zoals ik in vorige mare reeds stelde, een nogal fanatieke vinofiel. Hij had, in z’n vrees dat wij niet zo snel verzadigd zouden geraken, nog een zevental handelaars opgetrommeld om een aantal van hun wijnen te komen proposeren.

Als ik u vertel dat die dag ( 11 juni ) het asfalt smolt terwijl je er met open ramen op voortraasde, dan kan u zich misschien wel voorstellen dat sommige mensen die zondag wel iets beters wisten te verzinnen dan zich naar een wijndegustatie voort  te slepen.

Ah, u kan zich dat wel voorstellen ?

IK NIET !

En toch, er  hadden zich zeventig mensen ingeschreven, en van die zeventig lieten het er ruim vijftig afweten. Zonder af te bellen of op anderlei wijze te verwittigen ! Stelletje losers ! Moge Australische bulk en Turkse Glühwijn voor eeuwig hun deel zijn !

Enfin, een en ander bracht aldus met zich mede dat er zowat voor elk duo aanwezigen een persoonlijke handelaar voorhanden was. Veel geproefd, maar nog meer mee naar huis genomen. Zonder een frank ( € ) uit te geven ! Eat your heart out, Jelgersma !

K en ik kregen meer dan tien net aangesneden flessen ( minstens voor drie vierden gevuld ) mee, die anders toch voor de diepte van de goot waren voorbestemd.

Thuisgekomen de flessen onmiddellijk een behandeling toegediend met vacuvin en koudekuur, en er nog de ganse week met volle teugen van genoten…

 

Ik geef nog even de top vier mee ( in willekeurige volgorde, het zijn stuk voor stuk klassebakken):

 

  • Herdade Perdigao reserva 2003, Alentejo  : Uiterst warmbloedige krachtpatser uit opkomend Portugal
  • Coyam, Maipo 2003, topper uit Chili, gemaakt van een verbazende blend van Cabernet, Syrah, Merlot en Mourvèdre
  • Clos Fantine 2002, Faugeres, een ruig en wild biodynamisch beestje dat na 4 dagen nog steeds geen spoor van evolutie vertoonde. ( Divino )
  • Vina von Siebenthal, Carmenere  Reserva 2004: superfluwelige Chileen met Grand Cru allures. Evenals de Portugees wordt dit edel sap verkocht door de bijzonder sympathieke Bart de Cremer van De Wijnkaart.

19:46 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (5)

20-06-06

Wetenschappelijk niet verantwoord


Gelooft u in de heilzame werking van homeopathie ?

Als u Etienne Vermeersch of Patrick de Witte heet alvast niet. Deze respectabele heren zijn lid van ‘SKEPP’, een vereniging die alles wat niet wetenschappelijk bewezen kan worden onwaar acht ( telepathie, ufo’s, astrologie, creationisme,..). Niet echt Kardinaal Daneels’ zijn doelgroep dus - hoewel dit niet wetenschappelijk bewezen kan worden -.

Wanneer u zich ondertussen al afvraagt what the f*ckin’ hell dit met wijn te maken heeft, hier komt het : vorige week had ik het genoegen ( dankzij KK, merciKes..) een workshop bij te wonen over biodynamische wijnbouw.

Dit gebeuren vond plaats in een kasteeltje in St Ulriks Kapelle en  werd georganiseerd door de sympathieke vinofiel Bert De Costers, die de interactieve site  Ik wil wijn ‘ uit de grond stampte.

De workshop ( ‘ik ga naar een workshop over wijn om heel wat bij te leren’ klinkt ALTIJD beter dan ‘ ik ga een heleboel wijnen gaan proeven en probeer op beide voeten terug thuis te geraken’ ) werd begeleid door niemand minder dan Jan Theys. Vooraleer u flauwe grappen begint te verzinnen over wasproducten en valpartijen, ook deze man was vroeger actief in de muziek- en amusementswereld. In ’98 verkocht hij z’n platenfirma ( met oa K’ s Choice en andere Belgische toppers op de loonlijst ) aan Sony om z’n wijnpassie te vertalen in de aankoop van een perfect gelegen stuk grond, behorend aan een Italiaans klooster. Hij plantte zelf z’n stokken, en in 2002 oogstte hij z’n eerste wijn én enorm veel succes bij de wijnpers.

Theys wou opvallen in de wijnwereld en had al snel door dat dit niet meer kon met speciale aanplantingen, rare assemblages, superconcentratie, enz…Hij koos dan maar voor de allermoeilijkste en arbeidsintensiefste manier van wijnmaken : de biodynamische wijnbouw.
Hij liet zich o.a. inspireren door de theorieën van Steiner- die zei dat alle grote culturen rekening hielden met kosmische krachten- en Maria Thun, die al 40 jaar proefondervindelijk nagaat wat het effect is van bvb. de constellaties op het moment van toedienen van bepaalde biologische extracten. Thun brengt elk jaar een kalender uit, naar het schijnt de bijbel voor de biodynamische tuinbouwer.

Jan Theys vertelde ons uitgebreid hoe hij erin slaagde om zonder gebruik van de chemiedoos  z’n planten optimaal te laten renderen.

En daar ligt de link met de homeopathie. De concentratie van werkzame stoffen in bepaalde oplossingen is even miniem als die van pakweg, u kent het vast, dokter Vogels’ echinacea .

Zo wordt er bvb. kwarts, opgelost in water, op de percelen gestrooid ( in nevelvorm ) : 4 gram ( VIER ) per ha !

Een andere praktijk is het onder de grond bewaren van koeienstront in een koeienhoorn ( no kiddin’, dit werd verteld door een behoorlijk verstandige man die gedurende drie jaar topwijn produceerde ) om daarmee dan later, afhankelijk van de plaats van zon en planeten, de percelen te bemesten ( 120 g per ha. ).

Theys beweerde dat dit de verticaliteit van de wortels bevorderde* en dat hij reeds enkele dagen erna zag hoe de bladeren van de planten zich ‘open zetten’ naar de kosmos toe. 

De Bordelese pap gebruikte hij wel ( mengsel van kopersulfaat en kalk, tegen meeldauw ), maar in veel kleinere hoeveelheden dan bij de klassieke wijnbouw ( én versterkt met natuurlijke producten zoals netelthee, wilg, paardenstaart,..)

U kan dit quatsch vinden van een gehalte dat de verhalen van Dewinter en andere Dedeckers bijna geloofwaardig doet overkomen, feit is dat Jan Theys erin geslaagd is om, zonder toevoeging van scheikundige additieven ( ook geen zwavel !),  topwijn te vinifiëren.

We proefden z’n mooie, enorm dierlijke  Maru Neru 2002 Fattoria Fiamminga, en de topper, Caiarossa 2002 La Serra, gemaakt van 90% Merlot en 10% Petit Verdot.

Deze wijn was een ware streling voor de tong en deed me denken aan die ene keer dat ik een superBarbaresco ‘97 mocht proeven : fluwelig, full bodied en ultralang.

En dit hoeft voor mij geenszins wetenschappelijk bewezen te worden, het werd proefondervinderlijk vastgesteld !  

 

* Hoe dieper de wortels kunnen groeien, hoe meer waardevolle voedingsstoffen en mineralen ze zullen uit de grond halen én hoe minder ze gevoelig zullen zijn aan grote droogte ( stress hydrique ).

 

update : indien u meer wil weten over biodynamische teelt, klik hier ( met dank aan Marc ) 

21:47 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (8)

17-06-06

LEZEN aub


Als je even de tijd hebt ( en énkel dan, indien u gehaast bent kom liever later eens terug ), schenk jezelf een glaasje wijn in en lees ( niet kruiselings doorlopen, rustig lezen ) dit schitterende wijnverhaal van Ilja Gort.

Toen ik het las was ik ontroerd.

Het is een ode aan de wijn, de vriendschap en het leven.

Geniet ervan.

Water

 

Het was heet. Zo heet dat je de smeltende teer van het landweggetje kon ruiken. De akkers waren stoffig, het gras droog en geel. Zelfs de krekels waren stilgevallen. Er bewoog niets.

Alsof de bladeren bang waren zich te verroeren in de trillende hitte. In de wegbermen groeiden gele sleutelbloemen, rode klaprozen en krijtblauwe korenbloemen. Door de naar beneden gedraaide portierraampjes waaiden hun zoetige zomergeuren de auto in.

André ,mijn buurman wijnboer, en ik kwamen terug uit San Sebastian, een levendig havenstadje aan de Spaanse kant van de Pyreneeën waar we een regionale wijnbeurs hadden bezocht. Vandaag was het maandag en we waren in Andrés gedeukte, rammelende Peugeotbus op de terugweg naar Bordeaux. Daar zouden we onze wijn gaan inleveren voor het ‘Concours de Bordeaux’, een van de belangrijkste wijnconcoursen van Frankrijk.

Vandaag was de laatste mogelijkheid; voor drie uur ’s middags moesten onze wijnen op de proeftafel staan. Achterin Andrés oude bestelbus rammelen de vier ‘échantillons’, de samples die ons eeuwige roem moeten gaan bezorgen:twee flessen Château de la Garde van mij en twee flessen Domaine de Beauvallon van André.

Hij heeft zich ontdaan van z’n geruite hemd. Voorovergebogen zit hij achter het stuur. Zijn mouwloze witte onderhemd spant over zijn brede borst en onthult zijn ontzagwekkende biceps. Hij zweet. Zilveren druppeltjes glinsteren in zijn zwarte borsthaar. ‘Ils sont fous! Les Espagnoles !’ brult hij over het gerammel van zijn bus heen. Op zeer Franse wijze voorziet hij zo een heel volk integraal van een trefzekere karakteranalyse en dirigeert ze regelrecht het gekkenhuis in. ‘Ze hebben bovendien geen idee hoe ze wijn moeten maken! Maar,’ geeft hij ruimhartig toe, ‘On mange pas mal….’

Ik begrijp wat hij bedoelt. Mijn lichaam voelt aan als dat van een drenkeling die is opgevist uit de diepten van de oceaan en na langdurige mond-op-mondbeademing de eerste voorzichtige tekenen van leven begint te vertonen. Ik kan m’n linkerwenkbrauw al weer twee millimeter optrekken. Niet vreemd,na een lunch van meer dan drie uur, die vrijwel ongemerkt overging in een aperitief met honderd soorten tapas. Waarna een overvloedig besprenkeld diner van start ging dat ergens diep in de Spaanse nacht eindigde. Volgens mij hebben we gisterenavond met z’n achten de jaaropbrengst van Spanjes akkerbouwproductie opgegeten en daarbij de Europese wijnplas leeggedronken.

Ik laat een klein boertje. ‘Denk je dat we op tijd in Bordeaux zijn,André?’ ‘Sur, comme le diable,’ pocht hij zelfverzekerd en gaat even verzitten in zijn hobbelende vehikel. ‘Salopard!!!’We worden ingehaald door een kanariegele Ferrari die ongeveer drie keer zo hard gaat als wij. ‘Ils roulent commes des idiots, les Espagnols!’ Ik zeg maar niet dat het een nummerplaat uit Bordeaux was.

Pats! Pshhhhhhhhhh! Van onder de motorkap klinkt een doffe explosie, gevolgd door een scherp gesis. Plotseling zijn we geheel verblind door een witte stoomwolk. Vloekend klemt André zijn vuisten om het stuur en dwingt de rokende bus de berm in. Hobbelend en krakend komt het voertuig tot stilstand. We stappen uit en staan in een warme oven. In de plotselinge stilte begint één krekel aarzelend te tjirpen. De motor laat  een gesis horen als een overkokende snelkookpan. André stapt naar voren en opent de motorkap. ‘Merde!’ Geschrokken springt hij achteruit als een wolk gloeiend hete stoom sissend in zijn gezicht spuit. Op een afstandje blijft hij staan kijken en krabt bezorgd onder zijn alpinopet. ‘Heet gelopen!’ Foeterend pakt hij een ouwe lap uit de bus en draait daarmee de dop van de radiator los. Een straal kokend roestwater spettert onder de doek vandaan alle kanten op.Vloekend deinst hij achteruit maar weet middels een uiterst komische prima ballerinapostie de gloeiend hete doek met één hand klemvast over de spuitende radiator te houden. Dan is het gevaar geweken. Hij legt de lap met de radiatordop op het motorblok en kijkt om zich heen.

‘Water. We hebben water nodig.’

 

In de wijde omtrek is geen enkele vorm van menselijke bewoning te bespeuren. De zwerfkeien in de kurkdroge bedding van het riviertje even verderop, glinsteren hel wit in het zonlicht. Na een tweede vruchteloze indianenblik in het rond, haalt André zijn schouders op, loopt naar de bus en schuift de zijdeur open. Hij buigt zich voorover en richt zich weer op met een wedstrijdfles Château de la Garde in z’n hand. ‘Voila!’ zegt hij trots. ‘We zijn gered.’ ‘Huh?’ ‘We vullen de radiator met wijn.’ Ik monster zijn gezicht,maar hij is bloedserieus. ‘Ja,ho’ns even !’ protesteer ik en ik probeer mijn fles uit zijn handen te redden. André verstijft en rukt de fles uit mijn greep. ‘Nooit doen,’zegt hij, en zijn stem is laag van ingehouden woede.

‘Nooit iets uit mijn handen trekken.’ Verbaasd kijk ik mijn goedmoedige vriend aan. Zo heb ik hem nog nooit  meegemaakt. Dan schudt hij met z’n hoofd en knippert even met zijn ogen alsof hij zichzelf wakker schudt. ‘Excusez. Excusez, Ilja,’mompelt hij verstrooid, ‘maar als iemand iets uit m’n handen probeert te trekken, daar kan ik niet tegen. Daar word ik ontzettend giftig van. Het is iets uit m’n jeugd. Van de ‘école maternelle’ misschien nog wel. Ik weet ’t niet…’

‘Ja, maar André ! Waarom míjn wijn om de radiator te vullen ?!! Waarom niet de jouwe ?!!’

‘Ilja, kom op nou! Wij hebben maar 4 flessen voor het concours.Laten we eerlijk zijn : de beste wijn moet toch ons beider trots hoog houden ? Jouw wijn heeft de minste kans om te winnen, dan moeten we die toch offeren ?! Bovendien heb je nog altijd je extra tweede fles. Zo hebben we de mogelijkheid om het concours op tijd te bereiken. Denk je nou eens in : dankzij jouw wijn, zal ik straks in staat zijn om goud te winnen ! Is dat geen prachtig idee?!’

Hij trekt zijn zakmes en opent het meest gebruikte onderdeel, de kurkentrekker. Zonder acht te slaan op mijn protesten ontkurkt hij mijn kans op een gouden medaille en klokkend verdwijnt de inhoud van mijn ziel en zaligheid in het inwendige van de nog narokende Peugeotmotor.

‘Ai, ai, ai.. !’

‘Wat nou weer !,’

Voorover gebogen in het gat van de radiator turend bromt hij :’ Te weinig, d’r moeten minstens twéé flessen in!’ hij grijpt in de bus en zet de punt van zijn kurkentrekker in de enige overgebleven fles Chateau de la Garde om zo mijn laatste kans op fame and glory in de radiator te klokken.

Maar dat gaat me te ver.’Stop!’ roep ik.’ nu een van jou, graag!’

‘Hoezo?’

‘Evidemment! Eerlijk delen.een fles van mij en een fles van jou! Kom op!’

‘ja, maar Ilja, jouw terroir heeft het grootste watergehalte.’

Hij refereert aan de ondergrondse rivier, de ‘Virvée’, die diep onder onze wijngaarden door schijnt te stromen. Er wordt verteld dat er vissen in zwemmen die nimmer daglicht zien en daardoor helemaal wit zijn en met blinde ogen in het rond zwemmen.

‘Ja, het is goed met je. Kom op, schurk, ruk open die fles met dat galgenwater van jou!’André schiet in de lach. Hij haalt één van z’n eigen Beauvallon wijnsamples uit de bus, ontkurkt hem, en giet hem in de radiator. In het inwendige van de auto vermengen onze wijnen zich met elkaar om ons in staat te stellen gezamenlijk eeuwige roem te verwerven. Een mooie gedachte.

 

Messieurs,Bonjour! ‘

Uit het niets staat daar opeens een buitengewoon aantrekkelijke vrouw. Ze is mollig en op een boerse manier tijdloos mooi. Een zacht beige jurkje van dunne stof  met een motief van grote rode kersen accentueert gulle rondingen. Ze leunt op een veelgebruikte fiets met onder de snelbinder  drie stokbroden. Een briesje laat de donkere krullen om een lief, hartvormig gezicht waaien. Ze lacht haar gave witte tanden bloot : ‘Vous ête en panne?’

Magalie blijkt ‘ eleveur de foie gras’ te zijn. Haar ‘ferme’ is anderhalve kilometer verderop en bij haar kunnen we volop water krijgen. Even later staat haar fiets achter in de bus, zit zij tussen ons in op de voorbank, en hobbelen wij met een kalm gangetje over de lange oprijlaan naar haar boerderij. Met een wijde boog draaien we een zanderig binnenplaatsje op. In oude terracotta potten waaieren grote bossen paarse lavendel in het milde zomerbriesje.

Hoge gele en rode stokrozen wuiven mee in hetzelfde trage ritme.

Met een vertwijfelde ruk aan het stuur kan André ternauwernood een toom waggelende ganzen ontwijken. Geschrokken stuiven ze verontwaardigd snaterend onder de Peugeotwielen vandaan en botsen rechtstandig in een stel kippen die in de schaduw van een dikke plataan in het zand lopen te krabben.

André bonkt luidruchtig op de zwarte claxonknop in het midden van z’n stuur. Wild gefladder, opgewonden gekakel. Een mottige, geelbruine jachthond komt woest blaffend de hoek om stuiven.

In het hoofdhuis van verweerde, okerkleurige zandsteenblokken gaat een oude deur open. Een gerimpeld vrouwtje , op scheefgelopen sloffen, in een zwarte voorschoot, met een versleten strooien hoed op, verschijnt in de deuropening. Ze zet haar hand boven haar ogen tegen het felle zonlicht en probeert door de stoffige voorruit van de onbekende bus zicht te krijgen op de inzittenden. Magalie springt naar buiten: ‘Maman, ce sont des viticulteurs! Ils sont en panne !’

Als de radiator gevuld is met koud water uit de put op het erf en wij op het punt staan afscheid te nemen, gebeurt het.

Of we blijven eten, vraagt Magalie.’ Un repas simple. A la bonne franquette’, een swiebertjesmaaltijd. Een salade van rucola uit de tuin met olijven en geitenkaas en vers gemaakte paté de fois gras met grof zeezout en zwarte peper. Misschien nog een stukje kaas’ In de schaduw onder de dikke plataan zie ik haar moeder al met een wapperend blauw plastic kleed in de weer om de buitentafel te dekken. André en ik kijken elkaar aan. We weten het allebei. Wij gaan hier blijven. Laat ze barsten, daar in Bordeaux.

‘Ach’, zeg ik tegen André, en ik probeer mijn stem zo geloofwaardig mogelijk te laten klinken, ‘ d’r is hier vast wel een postkantoor in de buurt. Ik stuur die échantillons per Chronopost naar het concours. Dan zijn ze d’r eind van de middag. Ik bel er wel even achteraan dat ze iets later komen.’

‘Briljant idee!’ glundert André en met veel égards begint hij het oude vrouwtje te helpen met het dekken van de tafel.

Magalie komt de keuken uit met twee klotsende kannen water met ijsblokjes.’ Je suis désolé’, lacht ze verontschuldigend, maar we hebben helaas geen wijn.’

André is voorovergebogen bezig borden en bestek aan de overkant van de tafel te rangschikken, maar ik zie aan zijn rug dat hij verstijft. Langzaam draait hij zich om.

‘ GEEN WIJN ?!!??!,,’

André en ik kijken elkaar aan. ‘ Impossible’, verklaart André gedecideerd.’ Eten zonder wijn is geen eten.’ En ik weet weer waarom ik zo van hem hou.

Hij richt zich op in zijn volle lengte en kijkt Magalie aan met een trotse gladiatorenblik :’ we hebben nog twee flessen wijn in onze bus, mademoiselle…Die bieden wij graag aan. Dit ‘repas’ zal vergezeld gaan van  de twee mooiste wijnen van Bordeaux.’

 

Het was onvergetelijk. De foie gras was hemels en de wijn heerlijk. De middag vergleed. Krekels tsjirpten, hommels zoemden en onze harten zongen. Bordeaux hebben we de volgende dag pas laat bereikt. Zonder échantillons. 

 

 

 

14:04 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (9)

08-05-06

Beste blijnliefhebbers,

In het geval dat u nog niet bent weggeklikt na het zien van bijhorende horrorfoto, het gaat om een detailbeeld van enkele van mijn beblijnde tenen na het lopen van ‘Dwars door Brugge’.

Vermits elk glas wijn evenveel calorieën bevat als een reep chocolade heb je als wijnliefhebber twee mogelijkheden : of je kweekt een sympathiek doch steeds aangroeiend en op den duur voor van alles en nog wat in de weg zittend wijnbuikje, of je probeert die overbodige energie zoveel mogelijk te verbruiken.

Bijvoorbeeld door 15 km hard te lopen door het prachtige centrum van Brugge ( waar ik nochtans, buiten kasseistenen in alle vormen en maten, niet veel van gezien heb).

Er was heel veel volk, zowel bij de deelnemers als de toeschouwers, en dat werkt heel erg motiverend. Hoewel ik niet echt van plan was om voor een bepaalde tijd te gaan liet ik me meedrijven met de massa en voortstuwen door de talrijke aanmoedigingen van het sympathieke publiek om een tijd neer te zetten van 1uur 13min 30 seconden. Daar was ik heel tevreden mee.

Indien u er ook wil in slagen deze topprestatie neer te zetten, geef ik u de juiste manier mee om u voor te bereiden :

U laat zich uitnodigen de dag voordien door een sympathiek koppel met een goede smaak.

U drinkt bij de heerlijke hapjes ( tappenade, champignons met zalmzootje, Provencaalse olijfjes,.. ) twee superzachte en mondstrelende Champagnes,  Domaine A Margaine, 1r Cru en  Gobillard 2001 Cuvée Prestige.

Na de gaspaccio proeft u bij de hoofdmaaltijd een St Emilion Grand Cru uit 1989 ( Chateau Vieux Larmande ) naast een Grand Cru Classé uit 1993 ( Chateau Grand Corbin Despagne ). U maakt volgende proefnotities :

De Corbin leek op basis van de kleur nog niet echt geëvolueerd, maar de heel stoffige neus vertoonde een mufheid die niet verdween. In de mond meer charme, nog wat fruit en secundaire tonen, maar weinig body en afdronk. Nee, dan de wijn uit 1989 : mooi bruinrood kleur, een volle en zoetzachte geur en een mooi evenwichtige, verrassend fruitig en ronde smaak met wat chocolade en marsepein en een fijne en behoorlijk lange afdronk.  

De vier jaar jongere Cru Classé was dus wél, de gewone Grand Cru nog niet versleten.

U trekt dus volgend besluit : Het wijnjaar is UITERST belangrijk , vooral dan voor de houdbaarheid. Een wijn uit een minder jaar kan héérlijk zijn, maar is niet geschikt om te ouderen.

Wat u zeker niet mag vergeten is de kok uitvoerig te prijzen, zeker als het eten daadwerkelijk ook schitterend is. Neem een kwijldoekje en lees :

Kip op –gecensureerd-e wijze met citroen onder  ’t vel en rozemarijn in de poep, zachtjes ingemasseerd met boter met tuinkruiden, begeleid door corne de gatte met aubergine in kalfsfond en gestoomde en in de boter gebakken worteltjes met Guirlandezout.

Graag even een verdiend applaus voor gastvrouw An L.

Dank u.

Na een bijzonder lekker dessert laat u zich door de minstens even sympathieke maar iets minder aantrekkelijke gastheer een glas godendrank uitschenken.

Chateau Rayne Vigneau, Sauternes 1988 : mooi goudgeel van kleur, een explosie van geuren met rozijntjes, rijpe abrikoos en rijpe ananas, vol en elegant in de mond, met fijne zuren en een mooi evenwicht. Dit supersap is fris en zwoel tegelijk en heeft een waarlijk fantastische afdronk die je smaakpapillen nog heel lang verwent.

In twee woorden : Danke Pietje !‘

Vervolgens keuvelt u nog wat gezellig na, u nuttigt een kopje koffie of enkele glazen water, en na het beluisteren en bespreken van enkele mooie plaatjes en een bezoekje aan de plaatselijke wijnhangar begeeft u zich dankbaar afscheidnemend naar de auto en in lichtjes opgewonden toestand naar huis.

De zondagochtend eet u drie pistoleetjes, drinkt u veel water en om 12.00 uur eet u spaghetti.

Een uur voor de wedstrijd eet u een kleine banaan, tijdens de wedstrijd elke 5 km een klontje rietsuiker.

 

Het is wetenschappelijk bewezen dat wanneer al deze richtlijnen strikt worden opgevolgd een goede prestatie gegarandeerd is.

En laat u niets wijsmaken : seks voor de wedstrijd kan heus geen kwaad, integendeel.

 

 

17:59 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (15)

22-04-06

De Esmonin-saga: epiloog

 

 

Een beetje wijnfanaat geeft zich natuurlijk niet zo gauw gewonnen als hij de wijn zijner dromen niet meteen vindt. Terug thuis (snik) nam ik me voor om toch hier en daar eens te informeren bij (zoals men dat zo netjes zegt) de betere wijnhandel.

Vinvino-wijnen uit Sint-Truiden en Hasselt lieten me weten dat de 2003 uitverkocht was. “Maar wij verwachten binnen enkele dagen (eind april, begin mei) de wijnen van 2004”, schreven ze in hun mail.

Ik weet het, want gisteren heb ik gezien dat de flessen aangekomen waren en dat de kurken (afkomstig uit Spaans Baskenland en eerst gecontroleerd in een labo in Dijon) ook geleverd zijn”, had ik eigenlijk moeten antwoorden om een beetje indruk te maken bij de Limburgse wijnhandelaars. Maar af en toe overvalt me een zekere schroom, die me dwingt een lager profiel aan te houden.

Het vervolg van de Vinivo-mail zou ik zonder voorkennis beschouwd hebben als een ordinaire verkoopstruc, maar inmiddels weet ik wel beter: “De prijzen zullen wellicht ongeveer hetzelfde zijn. Ik kan u echter al zeggen dat het aantal beschikbare flessen ook dit jaar zeer beperkt is en dat u er best vroeg bij bent.”, schreven de vineuze onderdanen van Stevaert.

Ondertussen belde ik ook eens naar Divo in Jabbeke, waar ze de koppige madam uit Gevrey ook kennen. “Tja, een beetje 2003 hebben we hier nog wel”, hoorde ik tot mijn genoegen.

“De prijs? Even kijken… 33,21 euro”.

“Mmm, dat valt mee.”

“Da’s al een tijdje de prijs voor haar vieilles vignes

“Oei, da’s niet de prijs voor de Clos Saint-Jacques”?

“Neen, neen, die kost 59,96 euro. En daar kan ik er nog maar drie van missen”

“Euh… Ik denk er nog even over na. En de 2004?”

“Die verwachten we heel binnenkort”

“Ik weet het. Ik heb namelijk zelf… euh… gehoord dat hij binnenkort op de markt zou komen.”

“Tja, en de prijzen zullen ongeveer dezelfde zijn, want er is in 2004 zeer weinig wijn gemaakt bij Esmonin.”

Even dacht ik: “Dan wacht ik maar tot de 2005 klaar is.” Maar een flashback trok me terug naar Esmonins kelder en ik hoorde haar vertellen over de wijn die daar in vaten lag te rijpen.

2005 is geen uitzonderlijk jaar. Iedereen heeft het over un millésime extraordinaire, maar ik hou niet van die omschrijving. In de bordeaux kunnen ze daar zo overdreven over doen. Ze denken dat ze daardoor meer flessen kwijt zullen raken, en misschien helpt het wel. Maar 2005 was gewoon een goed jaar. We hebben een normaal jaar gehad met een mooie nazomer. Dus zullen we een wijn maken die een juiste expressie weergeeft van de omstandigheden van dat jaar. Wat daar extraordinaire aan is, ontgaat me eigenlijk. 2003, dàt was een uitzonderlijk jaar. Zo lang droog en heet… Komt zelden voor. Als je dat extraordinaire wilt noemen, akkoord. Maar dan heeft met het meteen ook over een wijn die daardoor atypique zou zijn. 2003 een atypisch jaar? Fout! De wijn van 2003 is net typisch voor het weer dat we dat jaar gehad hebben. Neen, ik hou niet van die modewoorden.”

In ieder geval, na mijn flashback maakte ik me opeens maar weinig illusies meer dat de 2005 wél betaalbaar zou worden voor de gemiddelde pé met de wé. Tenzij de eigenaar van deze blog natuurlijk in een gulle bui zou besluiten dat hij de schrijver van maar liefst drie Bourgondische bijdragen voor zijn elektronisch poësiealbum een bijna onbetaalbaar vloeibaar woord van dank moet schenken( NOT, V. ).  Maar zelfs dan zou een zekere schroom me doen besluiten om deze nochtans terechte blijk van waardering te weigeren. Ik denk dat ik maar eens een psychiater opzoek.

pvdw

10:43 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (6)

19-04-06

Koppige Bourgogne (PvdW)

Het tweede deel van Pvdw' s Bourgondische verhaal...

 

De koppigheid van Esmonin blijkt ook als het over haar relatie met de overheden gaat. “Ik heb vanmorgen enkele hoge pieten van het INAO naar hier laten komen.” Het INAO staat voor het “Institut National des Appellations d'Origine, het hoogste Franse orgaan dat instaat voor de controle op het AOC-systeem en dus eigenlijk “de bazen” van Esmonin.

“Kijk”, zegt ze. “Ik ben het een beetje moe dat men ons constant zegt wat en hoé we het moeten doen. ‘On dit’ dat we maar vanaf dag zoveel mogen oogsten, ‘on dit’ dan weer iets anders… Ik wilde wel eens weten wie die ‘on’ zijn en ik heb ze maar meteen naar hier laten komen om hen uit te leggen hoe ik erover denk. Enkele weken geleden hebben we hier zó’n klasseur gekregen met uitleg over hoe we moeten werken in de wijngaard en nadien onze wijn moeten maken. Die klasseur is volgeschreven door iemand die hele dagen achter een bureau zit, terwijl wij hier al generaties lang met de praktijk bezig zijn. Wie houden ze eigenlijk voor de gek?”

Ik probeerde even dat het misschien allemaal pogingen zijn om de slabakkende wijnwereld in Frankrijk te redden, maar – pech gehad – ook daar had ze al over nagedacht. “Het is niet met een klasseur vol wijntheorie dat je de huidige crisis in Frankrijk zal oplossen. We moeten aan onze cultuur werken. Vroeger gingen we als kleuters op bezoek bij wijnboeren en mochten we druivensap proeven. Maar nu krijg ik dikwijls het gevoel dat we als drugsdealers beschouwd worden. Ik zag laatst een journalist op de Franse televisie een dame neerbliksemen met de opmerking: ‘Maar mevrouw, u drinkt wijn!’. Ja sorry hoor, maar zo zullen we de coca-cola-mentaliteit niet tegenhouden.”

Ik was alvast bereid de furieuze dame te steunen in haar strijd, zeker toen ze aanstalten maakte om mijn glas te vullen met een pipet, recht uit de vaten 2005-wijn die in de kelder lagen te rijpen. Eerst kreeg ik de AOC Bourgogne 2005 te proeven, die nog geen malolactische gisting ondergaan had, maar toch al best genietbaar was. “Ik proef aan mijn gewone bourgogne het makkelijkst of we een goed jaar hebben”, zegt Esmonin. “Met mijn andere AOC’s zit je toch al op de betere terroirs en die zijn sowieso kwalitatief een stuk interessanter. Maar als de gewone bourgogne goed is, zal de rest zéker in orde zijn.” De volgende wijn, de AOC Côtes de Nuits 2005, bleek bijzonder aromatisch. “Vergeet niet dat het hier in de kelder maar 8,5°C is! Als je die wijn op een normale temperatuur drinkt, spatten de aroma’s uit je glas.” De gemeentelijk appellatie Gevrey-Chambertin, gelagerd op nieuwe eik, bleek een tanninebeestje. “Wacht maar tot die een paar jaar flesrijping achter de rug heeft”, schopte ze enigszins een open deur in. Want achter de aanvankelijke hardheid lonkte nu reeds een mooie diepgang. Dat gold zeker voor de “Clos de Saint-Jacques”, het paradepaardje van Esmonin. De wijngaard waar die wijn ontstaat is al bekend sinds de 11de eeuw. Wellicht was hij al vroeger in dienst om godendrank te produceren, maar daar zijn geen bronnen van teruggevonden. De Clos ligt in een uithoek van Gevrey-Chambertin en heeft geen grand-cru-status, maar als je de wijn proeft die Esmonin er uithaalt zal je moeten toegeven dat dit volledig onterecht is. De klasse van haar Clos Saint-Jacques is al te proeven in het 2005-vat. Ik had het geluk om nadien ook de 2003 (de late pluk, weet je nog!)  en de 2000 te proeven, en die komen naar mijn bescheiden mening makkelijk aan het niveau van een Clos de Bèze of andere grand cru’s. Jammer genoeg ben ik niet de enige die de kwaliteiten van Esmonins producten weet in te schatten. Ze is met haar wijnen sinds kort kind aan huis in een aantal Parijse toprestaurants, de dame is “hot” in Amerika en de prijzen voor haar uit koppigheid geboren godendrank schieten de hoogte in. Niettemin had ik me voorgenomen op zijn minst toch enkele flessen mee te nemen. Maar dat was zonder de waardin gerekend: op het domein blijft er niets over om te verkopen en toen ik bij de enige wijnhandelaar van Gevrey die Esmonins wijn verdeelt ging informeren, kreeg ik een kort antwoord: “Uitverkocht, mijnheer”.

 

Voor de liefhebbers: op het domein wordt ook een gîte verhuurd voor maximum 6 personen, verdeeld over twee kamers. Het huis is te boeken via Gîtes de France. Je slaapt er zalig en rustig boven de cuverie en de caves. En neen: je raakt vanuit de gîte – ook via slinkse wegen – niét in de kelders...

pvdw

 

21:31 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (6)

18-04-06

Eigen zinnig in Gevray (pvdw)

Pvdw stuurde me dit lekkere verslag van z'n kennismaking met een gepassioneerde dame uit Gevrey - Chambertin.

 

Een koppige madam uit Gevrey ( deel 1 )

 

“Vanaf morgen bottelen we de 2004. Dat zijn dagen dat ik nauwelijks slaap. Het is alsof een kind het huis verlaat. Ik heb het daar elke keer opnieuw ontzettend moeilijk mee.”
Sylvie Esmonin, rijzende ster aan het Bourgondische wijnfirmament, praatvaar met haar op de tanden, gedreven en begenadigd. Ik had vorige week tijdens een weekje Bourgogne een lang gesprek met deze wonderdame in de kelders van haar domein in Gevrey-Chambertin, daar waar Kunst gemaakt wordt.

 

De vignerons van het legendarische wijndorp Gevrey, net onder Dijon, rustten de jongste generaties wat op hun lauweren. Alles wat er aan wijn gemaakt werd ging door de naambekendheid toch de deur uit tegen stevige prijzen. De jonge generatie wijnmakers wil van die laisser-passer-mentaliteit af. Eén van de voortrekkers van die beweging is Sylvie Esmonin, dochter, kleindochter, achterkleindochter en allicht ook achter-achterkleindochter van wijnmakers. Het groepje voortrekkers verloor begin dit jaar een prominente medestander: Denis Mortet, die zijn cuverie had op nauwelijks honderd meter van het bedrijf van Esmonin en beschouwd werd als een van de meest getalenteerde jonge vignerons van de Côtes de Nuits, werd dood aangetroffen met zijn jachtgeweer naast zich. Gedrevenheid eist soms levens. Niet ver hier vandaan – in het dorp Saulieu - pleegde enkele jaren geleden trouwens ook de wereldberoemde kok Bernard Loiseau van het gelijknamige driesterrenrestaurant zelfmoord. Het werd stilaan duidelijk dat hij misschien wel een van zijn sterren zou verliezen. Gedrevenheid eist tevéél levens in de Bourgogne.

Sylvie Esmonin is een koppige tante. Je moet al van goeden huize zijn om haar van haar ideeën af te brengen. En ze heeft redenen om overtuigd te zijn van haar gelijk. Ze studeerde oenologie aan zowat alle wijnhogescholen en –universiteiten van Frankrijk (in Dijon, in Bordeaux, in de Elzas…) en trok zelfs naar Amerika om er verder te studeren. Haar moeder Michelle vertelde me eerder dat ze geen van haar twee dochters wilde forceren om in de wijnbusiness te stappen. Maar toen ze de passie van Sylvie zag, wist ze al snel dat er toch geen houden aan zou zijn.

“Neen, filteren doe ik niet. En ook met collage (klaring) houd ik me niet bezig. Waarom zou ik zaken uit de wijn halen die essentieel zijn voor de kwaliteit ervan? Alleen voor het oog van de mensen, zodat ze een mooie zuivere wijn in hun glas krijgen? Komaan zeg, wijn moet lekker smaken en ruiken! Dààr gaat het om.”

Mensen zijn kuddedieren. Kijk maar rondom je: terwijl de grond nu nog véél te nat is, begon er deze week één wijnboer de grond tussen de wijnstokken om te ploegen. Dat is onverstandig, want als je nu met de tractor door de zware verzopen grond rijdt, druk je alles dicht en verstik je de grond. En toch: eentje begint er en na een week is iedereen bezig. Je moet kijken naar de natuur, niet naar de buur. En de natuur zegt me nu dat ik moet wachten.”

Op mijn opmerking dat ‘ze vanmorgen op de Romanée Conti toch ook al bezig waren, kreeg ik even snel een antwoord. “Met een boerenpaard, ja. Dat is natuurlijk een heel ander verhaal. Een paard verplettert de grond niet hé, mon vieux!”

Dezelfde koppigheid legde Sylvie Esmonin aan de dag tijdens de historisch hete zomer van 2003. “Ik was half augustus met vakantie vertrokken. Dat is zowat het enige moment dat ik er tijdens een wijnjaar eens tussenuit kan knijpen. Ik was nog maar net op mijn bestemming aangekomen, toen mijn vader in paniek belde. ‘Sylvie, ge moet onmiddellijk naar huis komen. Nu direct! Ze zijn beginnen oogsten!’ Ik begreep er niets van. Vlak voor ik vertrok was ik nog in de wijngaard geweest en de druiven waren nog lang niet klaar voor de oogst. Wat was er dan in godsnaam op die 24 uur gebeurd? Ik zal het je zeggen: ergens was een wijnbouwer gestart met de oogst en heel de Franse pers had die mens geïnterviewd, gefotografeerd en gefilmd. Komt daarbij dat inmiddels ook de beelden over stervende mensen in de hitte van Parijs de wereld rondgingen. Het gevolg laat zich raden: de wijnmakers schoten in paniek en begonnen als kippen zonder kop achter elkaar aan te lopen. “We moéten oogsten! Alles gaat kapot!” Twee weken te vroeg, zou later blijken, want de druiven waren ondanks de hitte niét rijp. De schilrijpheid was er niet, zodat veel wijnen uit 2003 nu een zekere bitterheid hebben. In ieder geval: ik heb twee weken vakantie genomen, heb nadien geen enkel probleem gehad om aan plukkers te raken en heb prachtige, rijpe druiven geoogst.”

( wordt vervolgd )

pvdw

18:44 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (5)

15-04-06

4EN

Normaal gezien ging ik twee dagen terug een berichtje posten over de film Ice Age 2.

Spannend, grappig, ontroerend én relevant, een fantastische film die u móet zien, liefst in de bioscoop.

Maar ik ben gekidnapt door een even fantastische vrouw en ontvoerd naar  een streek tussen Reims en Epernay, alwaar ik verplicht werd om in de voetsporen van Napoleon te treden en te drinken van Millesimmé’ s van Moët & Chandon.

 

Which was nice. 

 

Maar later meer daarover, want ik moet me voorbereiden op nieuwe bubbelbonzen.

Dag op dag 1 jaar terug eindigde namelijk mijn 3 maanden durende mini – midlifecrisis.

40 worden is verschrikkelijk, 40 zijn was zalig.

Snel gaan 4en !

Santé !

 

11:13 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (13)

14-04-06

Sorry,

was even de weg kwijt...

23:27 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (3)

20-03-06

Et pour les Flamands la même chose

Een ontspannend moment op het web

 

Wijn saai? Wijn niet om te lachen? Vergeet het maar! Als u zin heeft in een beetje ontspanning en u heeft een internetaansluiting, mag het onderwerp “wijn” geen probleem zijn.
De bewoners van het uiterste noorden van de provincie
Oost-Vlaanderen zullen zich in nuchtere toestand zelden metropool-allures aanmeten. Het VB komt hier trouwens ook nauwelijks van de (klei)grond, dus wat betreft grootstedelijke verzuring moet het hier bij ons wel meevallen. Maar toch hebben wij hier iets dat wellicht veel wijnliefhebbers uit den grooten stad ons benijden: een Intermarché. De op en top Franse warenhuisketen houdt er wat betreft de verovering van Vlaanderen geen al te strak tempo op na. Er zijn nauwelijks enkele filialen te bespeuren in het Vlaamse land. Maar hiér (zij het twee dorpen en een volle vijf kilometer verder) dus wel. Niet dat onze Intermarché een echt wijnwarenhuis is. Het wijnrayon beslaat naar schatting 10 procent van de totale opppervlakte. Maar het leuke is dat je er andere wijnen vindt dan langs de platgetreden Delhaize- of Carrefourpaden. De gerant heeft inmiddels door dat ik zijn etablissement alleen maar binnenkom voor de wijn. Hij vertelde me onlangs dat zijn Franse bazen afspraken hebben met Franse wijnhuizen om grote ladingen kwalitatieve wijnen op te kopen tegen lage prijzen. “En daar profiteert gij dan van, hé”, voegde hij er niet zonder enig commercieel gevoel aan toe.


Vorige vrijdag ging ik op wijnjacht en bracht onder meer mee:
- Cuvée Champtenaud, Caves de Sarras, Saint-Joseph 2001 (9,59 euro)
- Domaine de la Gayère, Cairanne 2000, Côtes du Rhône Villages (4,29 euro)

Ik zal kort zijn over de kwaliteit van de wijn, want ik moet het nog over het internet hebben.


De
Saint-Joseph (100% syrah) is zeer verdienstelijk. Het is een stevige wijn, maar een jaar op vat en vijf jaar flesrijping hebben de scherpe kantjes van de syrahdruif er wat afgevijld. Toch lijdt deze wijn een beetje onder het “coöperatieprobleem”. Wijn die uit een coöperatieve komt, mist dikwijls wat karakter, wat durf. En daarom is die 10 euro te veel.
De
Cairanne daarentegen is (voor zijn prijs) een ontdekking. De voor deze streek traditionele grenachedruif is aangevuld met wat syrah. Wat deze wijn bijzonder interessant maakt, is dat hij in tegenstelling tot zijn dubbel zo dure streekgenoot (al zit die veel noordelijker) wél ballen aan het lijf heeft. Cairanne is niet voor niets het leidende dorp van de Villages in de Côtes du Rhône. Dit is geen Castel Mireio (de fantastische wijn – te koop bij Colruyt - die Vinejo me ooit leerde kennen), maar voor goed vier euro mag (en zal) deze wijn straks een aanzienlijk deel van mijn kelderrekken vullen.


Maar ik zou u ook vertellen over de geneugten van het internet. Ik heb de gewoonte om eens te “googelen” rond nieuwe wijnen die ik in huis haal. En een mens kan daar af en toe een fijn avondvullend programma door bekomen.
Toen ik mijn Cuvée Champtenaud opzocht, kwam ik terecht op de website van
“Santé Magazine”, het “well-respected magazine for restaurant professionals” uit de Verenigde Staten. Daar omschreef men de Rhônewijn niet helemaal onterecht als “Medium-bodied with slightly tart raspberry, cranberry, black cherry, and light oak. Peppery finish”. Maar het restaurantmagazine moest het natuurlijk ook hebben over het huwelijk tussen wijn en gerecht. En dat is een taak die het blad volop ter harte neemt, want bij de Saint-Joseph wordt aangeraden: “Pizza, hamburgers".
Voor mijn bejubelde Cairanne kwam ik op een Hollandse site terecht, die uiteraard probeerde de Amerikanen wat betreft wansmaak te overtreffen.
Ik had eerder een Franse beschrijving van mijn wijn gevonden, en “den Hollander” van
www.mijnwebwinkel.nl
had die duidelijk ook ontdekt.
De Franse tekst ging als volgt:
« Que se passe-t-il dans cette bouteille ? Tout ce que l’on attend d’un Cairanne : une robe encore intense sur le grenat ; des arômes épicés , de pruneaux et des cerises à l’eau de vie. En bouche, c’est gouleyant, encore de la fraîcheur, les tanins sont mûrs, bien renrobés, aucune sécheresse à l’horizon »

Onze webwinkelman – die gelukkig voor zijn Nederlandse klanten het
Frans machtig is – vertaalde de tekst netjes als volgt :
“Wat gebeurt er in deze fles? Alles wat men van een Cairanne verwacht: een nog hevige jurk op de granaat; gekruide aroma`s, van gedroogde pruimen en kersen in levenswater. In de mond, drinkt het lekker weg, nog meer frisheid, de tannine zijn rijp, goed heringedekt, geen enkele droogte aan de horizon. “
Na zoveel wijze woorden kunnen we alleen bescheiden het hoofd buigen en hopen dat we ooit op een even volmaakte manier wijnen zullen kunnen beoordelen. Maar voorlopig lonkt er enkel olfactieve en gustatieve droogte aan de horizon.

 

Paul Van de Wijngaard

15:55 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (2)

05-03-06

GeLYNCHT...door PvdW

 

Wijn is ons Domein

Als je je als wijnliefhebber min of meer noodgedwongen beperkt tot de betaalbare wijnen én je wil niet om de haverklap dezelfde wijn opentrekken, kunnen er saaie weken passeren. Je zoekt naar dé ontdekking voor vier euro vijftig, je denkt ze (aan het mooie etiket te zien) gevonden te hebben (zij het aan zes euro negenennegentig), maar uiteindelijk moet je toegeven dat niet elke Rousillon ook een Cazes is.
Het tegengestelde is ook waar. Als je op een vrijdagavond in een moment van euforie quasi zeker bent dat je de dag nadien de Grote Zes met de Lotto zal halen, durf je al eens tien euro uit te leggen voor één keer vijfenzeventig centiliter gegist druivensap. Ze hebben er in de winkel ook van vijfentwintig euro (zie je dan terloops), maar zo zeker van de Lottowinst ben je nu ook weer niet.
In ieder geval, voor die “watte, vierhonderd frank voor een fles wijn!” verwacht je dan toch wel een beetje hemel op aarde. Dat kan dus dik tegenvallen als je in Delhaize gaat winkelen.
Ik bracht twee weken geleden een fles Pauillac mee van om en bij de tien euro, waarvan de naam me inmiddels ontglipt is. De reden voor deze vergetelheid valt niet ver te zoeken: het ding was niet te drinken. Geoxideerd.
De volgende vrijdag bracht ik de fles terug en zonder discussie (maar ook zonder enthousiasme) kreeg ik een tegoedbon. Mijn zoektocht naar een deftige en betaalbare Pauillac bracht me dan bij de Chevalier de Lynch 1998, 10,90 euro en deze keer geen Delhaizebotteling. Dit kon gewoon niet fout gaan. Dacht ik. Een dag later kreeg ik voor bijna 11 euro een platte en slappe wijn die in de neus nog een verre herinnering had van vergane glorie, maar verder gewoon smaakte naar… Tja, naar wat eigenlijk?

Vijftien jaar geleden vroeg ik me met mijn jeugdige naïviteit in een bruine kroeg eens een glas rode wijn. De cafébaas – een ietwat verzopen personage – pakte de reeds enkele decennia geleden ontkurkte fles tafelwijn van achter zijn toog, schonk me achteloos een Roman-pilsglas halfvol en mikte er tijdens de daaropvolgende hoestbui nog een vlezige fluim in. Goed, ik overdrijf misschien een beetje, maar echt lekker was die wijn dus niet.

En lekker was mijn Chevalier de Lynch evenmin. Later zag ik op de website van Delhaize dat deze wijn op dronk is van 2000 tot 2003. Waarom ze die dan drie jaar later nog steeds aanbieden, ontgaat me een beetje. Is Delhaize niet het bedrijf dat van zichzelf enigszins onbescheiden zegt dat wijn zijn domein is?
Niettemin ben ik sindsdien een ervaring rijker. We hebben een tijdje geleden een lam in de diepvries gestoken (geslacht en wel – wees gerust). Vrijdag hebben we met ons vijven één van de bouten soldaat gemaakt. Voor de saus had ik een half flesje rood nodig. Normaal gebruik ik daarvoor een goedkope Aldiwijn. Ter gelegenheid van de start van de vasten mocht mijn lamsboutje echter proeven van een wijn van (godvermiljaarde) bijna 11 euro voor een flesje. Ik troost me met één gedachte. We hebben vrijdag wellicht culinaire geschiedenis geschreven, want wie at ooit "gelynchte lamsbout met een duur wijnsausje"?

 

PvdW

11:42 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (2)

31-01-06

Vintage 2001

Terwijl het publiek binnenschuifelt zitten Kees en Guy quasi achteloos ‘ Man bijt hond’ van commentaar te voorzien. Af en toe kijken ze de zaal in en mompelen ons iets toe ( ‘dat we vooral niet hoeven te zeggen hoe koud het is buiten, neenee mensen, niet doen’ ).

Als het laatste zitje is ingenomen heten ze ons welkom.

 

Wij hadden alweer tamelijk laat gereserveerd ( de week erna was alles uitverkocht ), en moesten het doen met plaatsen op het zijbalkon. Het zicht was niet slecht, maar de stoelen staan niet naast maar achter elkaar, zodat het lijkt alsof je in een bus zit. Even wennen, maar als de busrit goed is kan dit de pret niet bederven.

En er volgde wel degelijk een heel aangename, onderhoudende avond.

Geen grote kunst, je zou het eerder het etaleren van kunstjés kunnen noemen, maar dan wel perfect beheerst door de performanten (  I  know, performers, maar ze waren dus wel zeer performant ).

Elk om beurt brachten ze een verhaal of  anekdote.

Kees enthousiast entertainend, Guy op z’n eigen onderkoelde Mortiermanier.

Bij het verhaal van de ‘dormobiel’ met chemisch toilet  dat Van Kooten vertelde ( hoe hij - om het te legen - met de pot vol faecestelijkheden als een koffer in de hand een café betrad en uit beleefdheid eerst iets diende te drinken aan de toog, alwaar de  autochtone hangouderen zich  met loense blik afvroegen of er nu ook al terroristische toeristen bestonden ) lag de helft van de zaal plat. De andere helft lag in een lachkramp. 

Ook Mortier was soms onweerstaanbaar grappig, maar dan vooral met z’n van ‘De Taalstrijd’ en ‘De Perschefs ( dát waren nog eens zondagochtenden )  bekende woordspelletjes à la Rektaal = Limburgs’.

Na de pauze was voor mij het vet ietwat van de soep (  misschien omdat ik met mijn gedachten al bij het door Gerten bestelde vervolg zat ), maar ik ben toch blij dat ik deze twee heren van stand ‘ns live mocht meemaken.

 

Na de voorstelling had elk lid van het gezelschap het zelfde liedje in z’n hoofd.

De fanfare van honger en dorst ( van Lieven Tavernier, niet Jan Dewilde ! ).

 

Zoals gezegd, Gerten was voorzienig geweest en had een tafeltje ( en stoelen ) gereserveerd in de ‘ Vintage’.

Een wijnbar, wat dacht u.

Gezellig kader, vriendelijke bediening en 3 jaargangen Wine Spectator, de Parkergids en andere wijnpublicaties ter uwer beschikking.

Niet bevorderlijk voor de conversatie wanneer 2 wijnfreaks dit lekkers zien liggen.

En dan hadden we nog geeneens de wijn geproefd !

Mooie kaart, zie hier indien u meer wil weten,  we twijfelden tussen de Branaire ‘96 en de Potensac van 2001.

Omdat geen van ons al Potensac had gedronken, en door de goede reputatie van dit domein - hij wordt gemaakt door de équipe van Leoville les Cases - besloten we te kiezen voor deze Cru Bourgois exceptionelle.

( Ware reden :We vonden die St Julien iets té duur voor onze door de wijnfobie ( wijnmanie - skynet-taalpolitie -) reeds erg aangetaste geldbeugeltjes ).  

Het eten was eetbaar, hoewel ik u aanraad gewoon te kiezen voor een simpele  Croque Maison. Lekker én passend bij eender welke wijn.

Zoals ook bij de Chateau Potensac, Médoc 2001.

Een wijn die ik best kan omschrijven als authentiek..

Vakmanschap vertaald in puur drinkplezier.

Geen opgesmukte, houterige fruitbom, maar een ongelooflijk evenwichtige, fijne wijn, met heel wat structuur en een, ondanks de aanwezige tannines,  zachte afdronk.

Ik was hierdoor zo gecharmeerd dat ik het niet kon laten om de volgende dag de vergelijking te maken met de tweede wijn van Léoville, Clos du Marquis, Saint Julien 2001.

Deze ‘tweede wijn’ wordt gelijkgesteld met de betere Grand Cru Classés van de Médoc. Ik kocht hem 2 jaar terug in het wijnfestival van Auchan ( 20 euro), en heb spijt dat ik er niet meer binnenhaalde. Hetzelfde pure karakter van de Potensac, maar met net dat tikkeltje extra diepte en concentratie dat het verschil maakt tussen een uitstekende en een topwijn.

Althans, voor mij is dit een topwijn.

Maar ik heb nog nooit een Krug gedronken natuurlijk..

19:15 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (13)