23-07-17

Open boek, Open fles: Aflevering 3

Hartelijk dank aan Jordaens voor deze gastbijdrage.

Het boek:

Jeroen Olyslaegers: Wil

Tja, dat lukt dus niet, hé, een reden verzinnen waarom je wijn x bij boek y drinkt... Trouwens, wie heeft de mogelijkheid om een volledig boek op de tijd van één fles uit te lezen. Bij mij althans gaat het lezen van één boek gepaard met koffie, Bru, abdijbier, een restant wijn na de maaltijd, een flesje Evian naast het bed...

Maar goed, Wil dus. Van Jeroen Olyslaegers. In grote mate begeleid door een Pinot Grigio uit de Alto Adige, gewoon omdat die voorhanden was, het warm was en ik in een tuinstoel zat. Volgens het thema van het boek had ik me misschien beter een kratje Bock Pils aangeschaft...

"Wil" wordt aangekondigd als Olyslaegers' meesterstuk, zijn "Verdriet van België" (een boek dat ik drie keer gelezen heb, om daarna met zekerheid te kunnen zeggen dat ik het niet erg goed vind), zijn "Kapellekensbaan" (wat ik veel te hoog gegrepen vind). Hij wordt in de markt gezet als een nieuwe Louis Paul Boon. Maar dat heeft wellicht te maken met het feit dat hij jaren in het Louis Paul Boon-documentatiecentrum heeft gewerkt. Jongens, ik heb na afloop enkele pagina's van Mijn Kleine Oorlog herlezen en, nee, de gelijkenis met Boon houdt op met de paar keer dat iemand "Kust mijn kloten" zegt.

Is het dan een slecht boek? Zeer zeker niet. Het leest vlot weg, al werd ik de hoofdfiguren na een tijdje echt wel beu. Ze zijn dan ook veel te oppervlakkig, bordkartonnerig, komen niet tot leven en dienen enkel om de voortgang van het verhaal te stofferen. O.K. de hoofdfiguur is nu eenmaal een man zonder eigenschappen (en ja, ooit werd over zo iemand een wereldroman geschreven), een "tweezak" in de ogen van zijn omgeving, een speelbal der evenementen. Maar zo'n hol personage blijft niet boeien. Ook niet als zijn puberale relatie met zijn toekomstige vrouw uit de doeken wordt gedaan. Sinds we in de humaniora bij Hubert Lampo de diverse onderdelen van het vrouwelijk geslacht hebben leren benoemen, hebben we daar ook niet echt meer behoefte aan.

Wil is een Antwerps boek. Maar ook daar bleef ik op mijn honger zitten. De stad wordt op geen enkel moment een personage in het verhaal. Voor iemand die iets verder dan Lier woont, heeft de Van Diepenbekestraat, al geen betekenis meer. Voor iemand van Gavere kan een joodse diamantair evengoed op de Vlaamse Kaai winkel houden, als in de Vestingstraat... Tenzij je natuurlijk de gps voor wandelaars overstijgt en het wezen van die wijken, het karakter van die straten uit de doeken doet. Hier kom je alleen te weten dat het glad is in de Pelikaanstraat (of de Lange Kievitstraat, ik ben het vergeten) als het gesneeuwd heeft...

Enfin, het is niet de bedoeling om een grondige analyse te maken of zelfs maar min of meer volledig te zijn. Je zou het nog kunnen hebben over de vorm, die na een tijd nogal kunstmatig overkomt. Een overgrootva steekt een monoloog af tegen een achterkleinzoon en ik zat na een tijdje toch echt te wachten op de eerste reactie van die laatste, zodat een heuse dialoog kon ontstaan tussen verleden en heden. Om te weten waarom dat niet gebeurt, moet je het boek maar lezen. Tot het einde! Een andere vormeigenschap is het switchen tussen het verleden (W.O. II), o.m. 1993 en het heden. Dat doet natuurlijk vaag aan de Kapellekensbaan denken. Maar Boon monteerde op meesterlijke wijze drie verschillende verhaallijnen door elkaar, waarbij deze meestal redelijk subtiel elkaar becommentarieerden. Bij Wil blijf ik nogal eens met de vraag zitten: wat heb ik aan de wetenschap dat die ouwe venten in de Boerinnekes zitten te kaarten?

Olyslaegers heeft een vlotte schrijfstijl, doet een poging om iets maatschappelijk relevants te vertellen, en daarmee dingt hij al meteen mee voor de bergprijs in het geaccidenteerde Vlaamse schrijverslandschap. Maar, zoals dat wel meer gebeurt, de mediahype rond "Wil" is compleet buiten proportie.

09:06 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (0)

Post een commentaar