03-11-06

Grenzen verleggen in Fronton

Leest u even mee met... PvdW ?

Fronton wil niet meer vergeten worden

 

“Wablieft?” Ik had het bijna luidop gezegd, die namiddag in de wijnrayon van de Colruyt. Côtes du Frontonnais stond er op het etiket van de  « Château Montauriol Tradition 2002 ». Ik had geen flauw idee waar ik in godsnaam die appellatie nu weer moest gaan zoeken. Je krijgt soms de indruk dat de Fransen aan de lopende band appellaties bijcreëren, al was het maar “pour embêter les étudiants-sommeliers”. Maar neen hoor: een weinig opzoekingswerk verzekert me dat de côtes du frontonnais een goed-en-wel geïnstalleerde AOC is. En als het van Nicolas Gelis afhangt – dat is de producent van mijn Colruyt-flesje – dan zullen we straks niet meer hoeven te “wablieft”-en.

 

De appellatie waar mijn Château Montauriol thuishoort ligt zo’n 30 kilometer ten noorden van Toulouse. Je vindt ze in het zuidwesten van Frankrijk, in de aanloop naar de Pyreneeën, tussen de Garonne en de Tarn. Nicolas Gelis en zijn vrouw Cathérine kochten het domein in 1998. Al van in de 12de eeuw werd er wijn verbouwd door de ridders van de orde van Saint Jean de Jérusalem. Die namen de “Mons Aureolus”-wijn mee toen ze tijdens de kruistochten gingen vechten naar het Heilige Land. Wellicht zagen ze de wijn  als een ultiem wapen om de ongelovigen te overtuigen. Toen Gelis het domein in 1998 kocht was het een ietwat verwaarloosd domein waar lang met onkruidverdelgers en ander chemisch spul was geklooid. Inmiddels werd het roer volkomen omgegooid en werkt de wijnboer nu op een verstandige manier op zijn naar eigen zeggen “uniek terroir, dat nog maar aan 50% van zijn mogelijkheden zit”.

Mannen als Gelis proberen het aanzien van de côtes du frontonnais weer op te krikken. Vijftig jaar geleden dronken ze in Toulouse bordeaux, cahors en gaillac. Voor de eigen frontonnais haalden ze in grote stad hun neus op. En dat was niet eens zo raar, want de “frontonezen” vonden geen eigen imago. Ze twijfelden of ze nu de bordelezen, dan wel de wijnmakers uit Cahors moesten imiteren. Tot in de regio in het begin van de jaren ’90 opeens enkele verlichte geesten beseften dat ze een héél belangrijke troef in handen hadden: de négrette. De druif, een soort compromis tussen de pinot noir en de syrah, komt alleen in deze regio voor. De nieuwe generatie wijnboeren, gedreven door de queeste naar kwaliteit en originaliteit, trok volop de négrettekaart.

 

Olivier Cabirol, de jonge en gedreven directeur van het wijnboerensyndicaat, bedacht in 1995 een “coup de théâtre” , die de zieltogende appellatie op slag beroemd maakte in Frankrijk en het begin van de heropstanding inluidde. Hij besliste om op de rugetiketten van de fronton-flessen de curriculums af te drukken van werkloze streekgenoten. Het gevolg laat zich raden: de werkloosheid daalde aanzienlijk én – daar was het uiteindelijk om te doen – heel Frankrijk praatte over de stunt van de vergeten appellatie.

 

Maar er is natuurlijk méér nodig dan een stunt om wijn te blijven verkopen. En dat heeft de maker van mijn Colruytflesje goed begrepen. Met 60% négrette heeft de wijn een typische neus die wat aan viooltjes doet denken. Gelis gebruikt voor de gisting van zijn wijn enkel de autochtone gisten die van nature in de wijngaard en op de druiven aanwezig zijn. Er worden dus géén – en dat is toch wel uitzonderlijk – commerciële gisten gebruikt. Uiteraard komt dat de typiciteit van de wijn ten goede. Ondanks het feit dat Gelis de techniek van de “micro-oxygénation” gebruikt om de harde tannines wat af te zwakken, heeft deze 2002 toch nog flink wat droogtrekkend geweld in huis. Karaferen blijkt echter dat probleem grotendeels op te lossen. Voor 4,49 euro krijg je dan ook een wijn in huis waarvan je voelt, ruikt en smaakt dat hij eerlijk en met liefde voor het vak gemaakt is. Eenvoudig maar lekker en origineel. Die eenvoud lijkt trouwens wel het codewoord te zijn in de streek. Want de wijnboeren ijveren er nu voor om ook de naam van hun appellatie te veranderen. In plaats van de officiële “coteaux-du-frontonnais” horen ze veel liever spreken over “Fronton” zonder meer. “Dat klinkt beter en het bekt makkelijker in het Engels”, pleiten ze niet zonder commerciële zin. En eerlijk gezegd : ik zie ze liever hun naam aanpassen aan de Angelsaksen, dan de smaak van hun wijn

pvdwzwart

 

12:20 Gepost door vinejo | Permalink | Commentaren (2)

Commentaren

:-) ik zal hem eens moeten proeven dus nog een fijn weekend gewenst

Gepost door: E-son | 04-11-06

Ondertussen geproefd en inderdaad : veel wijn voor weinig geld !

Gepost door: vinejo | 05-11-06

De commentaren zijn gesloten.